Een goede priester worden
jeugdjaren - priesterroeping - vormingsjaren - op weg naar Sint-Michiel - 4/04/004 - de drie pijlers - federale, parochiale en persoonlijke vorming - een gesprek is nooit af
terug naar overzicht rubriek "Even voorstellen"
Priester worden en priester zijn in onze tijd, dat is geen evidentie
meer. Parochiepriester, dus arbeider op het echte, alledaagse
geloofsveld is dit zeker nog minder. Het dalend aantal priesters, de
ontkerkelijking van Vlaanderen, de ‘zappende’ parochiaan, de
op-zich-zelf gerichte mens, het lijken zoveel ontmoedigende signalen.
En toch waait er een nieuwe dynamiek door de Kerk. Anders dan vroeger
misschien, maar zeker geloofsvol. Jonge mensen die kiezen voor nieuwe
kerkbewegingen binnen het katholicisme, adolescenten en volwassenen die
hun roeping tot diaken of priester toekomstgericht beantwoorden, leken
die zich gelovig willen vormen, parochiegemeenschappen die in een nieuw
elan zich op grotere schaal federatief beginnen te bewegen en hun
tweede adem terugvinden. Het zijn de nieuwe tekenen van hoop.
Waar komt die zegening vandaan? Wat drijft jonge mensen opnieuw naar
een gelovige levensvorm? Wat is de kern van die nieuwe evangelisatie?
Met al deze vragen en nog zoveel andere meer, trokken wij naar priester
Noël Bonte. Waar anders heen dan naar Sint-Michiel, waar het voor Noël
in Kortrijk allemaal begon? Maar vooraf was er zoveel meer gebeurd.
Een verhaal over een
hedendaags priesterleven.
Jeugdjaren
Noël Bonte werd geboren op 2 maart 1964. In de
prille nadagen van de eerste zittingen van het Vaticaans concilie, dat zo
fundamenteel de Kerk en zeg maar de wereld, door mekaar zou schudden. Als
Dammenaar. Het ouderlijk huis van het gezin Bonte – houthandelaar – ligt
pal aan de Damse vaart. Een meer Vlaamse plek kan je je niet indenken.
Noël heeft er zijn natuur-verbondenheid aan overgehouden. Uitwaaien in de
polderwinden die vanuit de zee landinwaarts bomen doen buigen en bladeren
doen opwaaien. Het lijkt even een blauwdruk van Brels’ “Le plat pays”.
Samen met zijn oudere broer dwaalt Noël als kind door dit speels
turbulente landschap. In zijn schaarse vrije momenten blijft het nu nog
altijd zijn ‘echte’ ontspanning.
Noël doorloopt de lagere school in Damme en trekt voor zijn humaniora naar
de Frères (Xaverianen) in Brugge. Hij volgt er met succes de
Wetenschappelijke A. Het volle leven wenkt en… dan
Priesterroeping
Het gezin Bonte was niet echt katoliek-pratikerend
in die begin-tachtiger-jaren. Ondertussen is daar wel verandering in
gekomen, maar duidelijk is dat Noël het ‘religieuse’ zeker niet met de
paplepel had ingekregen. En toch was er op 18 jaar die roeping. Als Noël
daar 25 jaar later op terug blikt trekt hij daaruit – voor onze tijd – een
hoopvolle conclusie: een roeping gedijt niet alleen binnen een geborgen
gelovig midden, Gods hand reikt verder en onverwachtser. Zijn stem is er
voor iedereen.
Noëls vader heeft enige patriarchale moeite om zijn zoon los te laten voor
het priesterschap. Uiteindelijk geeft hij zijn fiat met de bijna
profetische woorden: ‘Als jij dan toch priester wil worden, goed voor mij,
maar maak dan dat je voor je leven een GOEDE priester bent.’ Het is een
zin die bij Noël nog altijd blijft nazinderen.
Ik kan niet nalaten aan Noël te vragen: “Maar zo’n roeping, waar en
wanneer komt dat er en hoe?”. Een verbazend antwoord kreeg ik terug: ‘Ik
was tien jaar, ik kreeg een stripverhaal (verzameld uit Robbedoes) over de
heilige Don Bosco in handen en toen wist ik het al. Mijn leven wordt een
priesterleven. Als Salesiaan.’
Dat laatste klopte niet met de plannen van hierboven want in het Brugse
hadden de Salesianen geen vaste stek en dus trad Noël in september 1982
het seminarie, binnen.
Vormingsjaren
Na een jaar seminarie werd Noël naar Leuven gezonden
waar hij zijn kandidatuur in de geschiedenis behaalde. Daarna keerde hij
voor drie jaar theologie terug naar Brugge en daar ontmoette hij in de
theologievorming Geert Goethals. Beiden vormen zij nu de stevige tandem
van de Sint-Amandusfederatie.
Noël verrassend vroeg bisschop Vangheluwe of hij Biblicum-studies wilde
aanvangen aan de katholieke universiteit in Rome. Noël aanvaardde en
studeerde na drie jaar af als bijbelexegeet. Hij verbleef in Rome in het
gekende Belgische college. In die periode kreeg zijn vorming een mundiale
dimensie. Hij studeerde er samen met 300 priesterstudenten uit 70
verschillende landen. Nu nog heeft hij heel wat vriendschappelijke
connecties de wereld rond.
In het kader van zijn studies studeerde Noël ook een tijd in Jeruzalem aan
de Hebrou-university en de Public School van de dominicanen, waar hij zijn
bijbelkennis ter plekke kon toetsen aan de geografische werkelijkheid.
Noël promoveerde met een proefschrift over Genesis (37-50) meer bepaald
over Jozef (de oud-testamentaire) en zijn broers. Specialistenwerk dus.
Op 24 september 1989 werd dan een jongensdroom werkelijkheid. Noël werd
priester gewijd “ten zijnen huize” in de Onze-Lieve-Vrouw-kerk te Damme.
Op weg naar Sint-Michiel
In Rome had Noël kennis gemaakt met de nieuwe
bewegingen binnen de katholieke kerk. Misschien even tussendoor meegeven
dat er momenteel 170 nieuwe bewegingen officieel erkend zijn door de
katholieke kerk en… dat in mei 2007 in Stuttgart de Sint-Michielsbeweging
officieel daarbij zal worden opgenomen.
De nieuwe bewegingen lieten Noël niet meer los en toen Geert Goethals
vroeg aan Noël om samen équipe te vormen, groeide het plan om ook hier in
West-Vlaanderen iets dergelijks te starten. Ondertussen was Noël benoemd
tot professor Oud-Testament, Hebreeuws en Catechetiek aan het Groot
Seminarie te Brugge en kreeg hij een suggestie van de bisschop om ‘iets’
te beginnen in Kortrijk. Dit duwtje in de rug was de aanzet tot het
project Sint-Michiel.
In de week voor Palmzondag 1993 was Noël op prospectie daarvoor in
Kortrijk en viel toevallig op het vrijgekomen klooster van de Jezuïeten en
op de Sint-Michielskerk. Ondanks kapers op de kust kreeg hij de volle
steun en meteen de erfpacht van de Jezuïeten-provinciaal en op 4 september
1993 hielden Noël en Geert de eerste viering van de huidige
Sint-Michielsbeweging in de verfraaide Sint-Michielskerk. Het
mostaardzaadje was gezaaid, het is uitgegroeid op vandaag tot een grote
sierlijke tuinplant. Maar dat is een ander verhaal voor een ander nummer
van Kerk en Leven.
4/04/004
Het professoraat in Brugge, de groeiende Sint-Michielsbeweging, het leek veel. Maar net nog niet genoeg voor het religieuse enthousiame van Geert en Noël. Op 4 april 2004 kregen zij de verantwoordelijkheid voor de nieuwe federatie Sint-Amandus, met de beide parochies Sint-Elooi en Sint-Pius X. Het werkterrein was fel verbreed en het echte parochiewerk wenkte. Bijna drie jaar is dat werk nu jong. Misschien vroeg, maar toch tijd om de eerste indrukken om te buigen in een stevige, onderbouwde visie.
De drie pijlers
“Drie pijlers heeft elk parochiaal priesterwerk”
onderlijnt Noël.
De eerste pijler is deze van de uitbouw van een sterke liturgische
gemeenschap. Opbouw en verdieping van het liturgische gebeuren vertrekkend
vanuit de parochiale realiteit. Wat leeft er op dit vlak bij de
parochianen? Hoe kunnen steeds meer mensen erbij betrokken worden? Hoe
motiveren wij voortdurend acolieten, lectoren, koorleden, dienstvaardige
helpers bij het hele liturgische gebeuren? Hoe krijgen onze vieringen een
eigen identiteit?
Zovele vragen die zovele antwoorden, zeg dus maar, zoveel engagement
vergen. “Wij zijn goed op tocht” getuigt Noël, “maar een tocht kan niet
zonder voortdurende bewerking en bijsturing”. Kwaliteitscontrole zou men
dat in ondernemerstaal noemen.
De tweede pijler is deze van de uitbouw van een gedragen diakonale zorg.
Nog altijd en meer dan ooit, blijft dit een van de hoofdopdrachten van
onze Kerk. Er zijn voor de zwaksten, voor deze zusters en broeders, die
het op alle vlak in het leven het moeilijkst hebben. Veel verdoken leed
schuilt achter de zwijgzame gevels van de huizen. Daar zijn, waar hulp,
troost, bijstand, een stimulerend woord of een luisterend oor moeten
aanwezig zijn, dat is diakonale hulp in de beginjaren van de 21ste eeuw.
Het project Emmanuel binnen onze federatie is daar de materiële en
geestelijke uitdrukking van.
De derde pijler is deze van de vorming en de evangelisatie. Priester Noël
wil duidelijk deze pijler beklemtonen. Vorming is een van de grondslagen
van ons geloof. Noël is er van overtuigd dat denken rond geloof in dialoog
met de maatschappij, dat vorm geven aan onze gelovige visie gericht op het
uiteindelijk geluk van de mens, voor een parochie van levensbelang is. Het
geloof en de visie rond geloof zijn dood zonder het doen. Maar “het doen”
loopt eveneens dood en verschraalt wanneer het niet gedragen wordt door
een visie.
Federale, parochiale en persoonlijke vorming…
Zijn drie niveaus waarop gelovigen vorming kan
worden aangereikt.
Op federaal niveau pogen wij dit te doen – hier spreekt Noël heel
overtuigd – door de uitbouw van de federale vormingsavonden. Tweemaal per
jaar, in elke parochie een. De avonden plaatsen wij in de Adventstijd en
de Vastenperiode.
Even duiden dat er op 7 maar 2007 om 19u30 op Sint-Pius X zo een
bezinnende samenkomst doorgaat.
Op parochiaal vlak wordt er aan vorming gedaan binnen de Parochieraad.
Akkoord, dat is misschien niet de breedste vorm van…, eerder kadervorming,
maar ook dat is belangrijk. De brede parochiale vorming zouden wij in de
toekomst willen uitbouwen rond de doopsels en de vormsels. Kinderen zijn
de toegangsdeur tot de ouders en via deze ouders die wij een viertal keren
per jaar zouden willen samenbrengen, kunnen wij een breed vormingsplatform
uitbouwen. Geen geleerddoenerij maar het KOM en ZIE: een kort gebed, een
stukje gelovige zingeving, dankbare gezelligheid. Laagdrempelige vorming
die tegelijk heel wat diepgang heeft.
Op het persoonlijke vlak willen wij de nadruk leggen op de
woensdagavond-bijeenkomsten in Sint-Michiel, waar momenteel 40 à 45 mensen
samenkomen om te praten over geloof, en vooral over geloofsverdieping.
Verrassend is hierbij wel welke diversiteit dit veertigtal biedt zowel
naar leeftijd, geslacht, achtergrond of geloofskennis.
In de toekomst willen wij op de beide parochies ook de huidige
fraterniteiten nog verder uitwerken. Maandelijks komen er 6 groepen van
een twaalftal mensen samen om vanuit het Zondagsevangelie over hun
persoonlijk geloofsleven te praten, gestuurd door zes vaste begeleiders.
Het ligt in onze bedoeling daar in 2008 georganiseerd mee te starten op de
parochies. Die fraterniteiten staan open voor, zeg maar, het hele
kerkelijke middenveld. Elke geïnteresseerde is en zal welkom zijn.
Een gesprek is nooit af
Dit was hier zeker het geval. Zoveel kerkelijke en
parochiale uitzichten bleven nog onbesproken, maar zij blijven sluimeren
tot zij werkelijkheid worden. Woorden zijn als het gist en de bloem uit
het Mattheusevangelie: zij gelijken op gist die een vrouw in drie maten
bloem verwerkt, totdat deze in hun geheel gegist zijn. (Mattheus 13-34).
Priester Noël bedankt voor de gist die jij ons in dit gesprek hebt
aangereikt. Federatief en parochiaal brood kan eruit oprijzen.