Naar een parochiale dialoog

Elke parochieraad vangt aan met een bezinning. Bezinning die gewoonlijk vastgeankerd zit in het dagdagelijkse leven van onze parochie zelf. Bezinning die raakt aan onze problemen, onze uitdagingen, onze toekomstgerichtheid, onze vreugden, onze verwezenlijkingen, onze dromen.
De bezinning voor de parochieraad van maandag 10 mei bevatte een uitdagende, maar op actieve oplossingen gerichte titelboodschap: “Voor velen is liturgie een vreemd gebeuren”.
In die parochieraad werd hard gediscussieerd. Opbouwend en vrij. In deze dialoog kwamen wij ook terug op een tekst, die wij vroeger eens in de federatie-stuurgroep hadden bestudeerd. Wij willen hier integraal, deze twee teksten afdrukken. Een uittreksel uit de diocesane denkdag liturgie van het bisdom Gent en een interview met aartsbisschop Albert Rouet onder de titel: “ Geloven in het volk van God.” En wij vragen aan jullie: Wat denken jullie daarover? Welke bedenkingen, opmerkingen hebben jullie daarop. Wat vinden jullie er positief en negatief in? Slaat dit ook op onze Sint-Pius X-parochie? Hoe zien wij de toekomst?

In elk geval hopen wij dat jullie de moed opbrengen om deze teksten te lezen. Het is werkelijk onze bedoeling daarover – in alle geleidelijkheid en in alle sereniteit - een parochiegesprek tot stand te brengen over volgende vragen: waarheen willen wij gaan met onze parochie? hoe zorgen wij er voor dat een zeer goed werkende parochiegemeenschap de maatschappelijke trends kan opvangen en haar werking nog optimaler kan uitbouwen?
Het zou enig zijn, mochten wij op onze parochie een grote dialoog onder gelovigen en geïnteresseerden kunnen opzetten, waarbij wij in alle eenvoud en geloof pogen (want ook dit is een opgave voor gelovigen): “ALLES NIEUW TE MAKEN”.
Ziehier de beide teksten.

Voor velen is liturgie een vreemd gebeuren

‘De liturgie is voor vele mensen – ook voor kerkgangers – een vreemd gebeuren. De gewone kerkganger is niet de ‘liturgische mens’. Velen snappen niet wat er met het vieren van de liturgie bedoeld wordt. We moeten terug leren vieren’.
De liturgische taal moet aangepast worden. Voor velen is ze quasi onbegrijpelijk en niet van deze tijd: ze moet mee evolueren. We moeten op zoek blijven gaan naar een taal die tegelijk en levensnabij, gemeenschapsvormend en geloofsgetrouw is, zo werd betoogd.
Ook werd er gesteld dat er te weinig kansen gegeven worden aan bekwame niet-priesters om voor te gaan in de weekendliturgie. Het is wenselijk op een creatieve en gedurfde manier gebruik te maken van de mogelijkheden die het kerkelijk recht biedt om een aantal bestuurstaken in een parochie te laten uitoefenen door diakens of niet-gewijden en om hen een grotere rol te laten spelen in de liturgie.

Te veel vieringen

Ook werd aangevoerd dat er te weinig gelovigen en te veel vieringen zijn. Op vele plaatsen is de vierende gemeenschap te oud, te beperkt in aantal om een kwaliteitsvolle en aansprekende liturgie te vieren.
Er werd gepleit om te blijven investeren in liturgische vorming en verder te werken aan gemeenschapszang, gastvrij onthaal en ontmoetingskansen. Het benoemen van priesters zal daar moeten gebeuren waar iets groeit. Sommige parochies zullen niet overleven. Dit proces van verdamping is al volop bezig. Om de overvraging van priesters te vermijden, is het noodzakelijk gevormde leken meer in te schakelen.


Geloven in het volk van God

Minder vrijwilligers, priestertekort, herstructureringen, het lijkt een krimpscenario waar geen eind aan komt. Albert Rouet, de aarstbisschop van Poitiers loste het anders op door voluit in te zetten op leken-vrijwilligers. We laten hem aan het woord:
“In de benadering van de crisis van de parochie staat het priester-tekort centraal. Elke parochie moet volgens het kerkelijk recht door een priester worden geleid. Als reactie op die situatie kiezen bisdommen al jaren voor reorganisatie. Maar elke herstructurering, al is het maar het tijdstip van de vieringen, roept wrevel op. In de praktijk blijkt het heel moeilijk parochies te hergroeperen en te doen samenwerken. En lost dat wel het probleem op?”

Een andere benadering

Albert Rouet, de aartsbisschop van de Franse stad Poitiers, stond vijftien jaar geleden voor een gelijkaardige uitdaging: veel parochies, weinig priesters. “We zijn vertrokken van Paulus”, zegt hij. “We hebben allemaal gaven van de geest ontvangen voor het goed van iedereen.” De benadering “er zijn zoveel parochies en (maar) zoveel priesters” is volkomen fout. “Van de apostel is een residerend priester gemaakt en de parochie is voor, door en in functie van hem geconstrueerd. Hij is aan niemand rekenschap verschuldigd en alles draait rond hem. Daar wou ik vanaf.”
Hij vroeg de parochiegemeenschappen minstens vijf mensen te vinden die verantwoordelijkheid wilden dragen voor de kerntaken van de parochie: catechese, diaconie, liturgie en beheer. Die mensen werden ook aangesteld. “Ze dachten dat ze dat niet konden, omdat wij een volk van onmachtigen hebben gevormd: alsof mensen die in de wereld allerlei verantwoordelijkheid nemen plots sukkelaars worden als ze in de kerk komen. Ze moesten het zelf ontdekken. Het was een echte bekering.”

Niet herstructureren maar vitaliseren

Volgens Rouet is hergroepering van parochies geen goede zaak: zij bundelt de goede krachten, maar haalt die daardoor ook weg uit de parochie. “De enige hergroepering die lukt is het kerkhof” zegt de aartsbisschaop die nooit om een boutade verlegen zit.Voor Rouet is er geen gebrek aan priesters. De eerste vraag luidt: willen mensen een gemeenschap en willen ze zich vormen? De priester trekt, net als vroeger de apostel Paulus, rond van parochie naar parochie. Hij verblijft telkens enkele dagen ter plaatse;. Daardoor symboliseert hij de missionaire kant van de kerk en roept hij de gemeenschap op niet op zichzelf terug te plooien. Zo ontstaat een nieuwe dynamiek.

De priester als dienaar

“De priester heeft een dubbele bekering nodig: die van de macht en die van de ijdelheid. Het echte criterium luidt: zijn de priesters trots op hun volk? Zijn ze er echt om hen te laten groeien?” Toch pleit Rouet zeker niet voor een kerk zonder priester. Maar hij zet hem op de juiste plaats: niet als de chef, maar als degene die de banden smeedt tussen de lokale gemeenschappen. Hoe meer gemeenschappen je hebt, hoe meer er een verbinding moet zijn.
Die band maken is de unieke roeping van het gewijde ambt. In zo’n structuur is er geen concurrentie. “Ik bewonder het volk van God. De mensen hebben vertrouwen nodig. Men is ten onrechte bang dat leken de zaak verknoeien en domme dingen doen en zeggen.” De aartsbisschop wijst er fijntjes op dat 99 procent van de ketterijen in de geschiedenis van de clerus komt.

Evaluatie

Klinkt goed, maar lukt het ook? Ja dus. Er zijn weinig parochies opgeheven en dus hebben ze de innerlijke kracht gevonden gemeenschap te vormen. “De idee van recessie – ‘wij zijn de laatsten’ – is uit de hoofden verdwenen. ‘De kerk dat zijn wij’, zeggen de mensen. Dat is een grote les van hoop. En een grote vreugde.” In 2005 bezocht de bisschop al zijn priesters. Wat hem opviel? “De liefde voor Christus. Ik heb mensen ontmoet die in armoede leefden en hun leven aan Christus gaven. Bewonderenswaardige mensen met een grote liefde voor het volk van God die de plaatselijke gemeenschappen vertrouwen geven. Wat is het ambt anders dan getuige te zijn van het vertrouwen van God in zijn volk? Dat is de kracht van het ambt. Dat doet mensen groeien.”

Vertrouwen en verrijzenis

Hoe hij zijn roeping beleeft? “Ik vond het geloof op mijn twintigste en de Christus van de Verrijzenis die de mensen opricht, verleidde mij. Ik ben een mens van groot vertrouwen. Het gelaat van Christus is dat van wie vertrouwt. Hij bouwt zijn kerk op mensen die wegliepen toen het moeilij werd. God werkt met de mensen zoals ze zijn. Dat wil ik ook doen.”

Het ‘geval Poitiers’ laat zien dat een nieuwe visie ontwikkelen op de parochie en wie haar draagt, een betere weg is dan herstructurering. Dat vraagt een omslag in het denken over de plaats van de pastoor en van het geloof in de gemeenschap. De pastoor wordt degene die haar ondersteunt en doet groeien in geloof, hoop en liefde. Met een wordt ook het aantal priesters minder belangrijk. Zo’n heruitvinden van de parochie kan de kerk uit de negatieve spiraal van inkrimping halen en haar een nieuw elan geven. Het getuigt van het geloof dat de geest van Jezus de kerk oproept nieuwe wegen te gaan als antwoord op de tekenen van deze tijd.

(bron: Tertio)

Talm niet

Jullie hebben een hele (hopelijk zonnige) vakantie voor de boeg om alles eens op een lange rij te plaatsen. Eerst eens die twee teksten lezen, daarna er over nadenken en toetsen wat bruikbaar is, vernieuwend of behoudend moet worden of blijven. Vervolgens jullie mening onder woorden brengen en ze ons laten weten. Of m.a.w. het adagio van Kardinaal Cardijn toepassen: zien, oordelen en handelen.
De hele beweging naar nieuwe vormen of werkwijzen stoelt uiteraard niet alleen op wat er leeft binnen onze parochie. Het kan niet anders dat deze vragen ook in de federale stuurgroep zullen worden behandeld. Ten andere op het vlak van de dekenij werd op maandag 31 mei een vormingsavond gegeven voor alle parochieverantwoordelijken van onze dekenij onder de noemer: “Perspectief wissel”. Daarover vinden jullie meer op de federale bladzijden van de federatie Sint-Amandus.
Reacties kunnen altijd binnen bij de redactie: Hugo Verhenne, Antoon Van Dycklaan 95, 8500 Kortrijk, tel. & fax 056 35 00 68, verhenne.hugo@skynet.be