Vrijwilliger zijn

In dit artikel willen wij even de “kerk-vrijwilliger” in het zonnetje zetten. Niet allemaal ineens, daarvoor hebben wij per nummer te weinig ruimte.
Wij houden het voor deze keer op de lectoren en de misdiienaars. Als eerste uit een hele reeks: de vriendelijke mensen van het onthaal, de ijverige vrijwilligers van het parochiesecretariaat, de ophalers van de offergave, de stoelenschikkers, de kerkreinigers, onze gekende bloemenschikkers, de immer bereikbaren voor alle soort werk en nog zovelen meer. Die zullen regelmatig in deze nieuwe rubriek naar voor komen en ik hoop, ook aan het woord komen.

We starten met een aangepast gebed voor hen allen en focussen daarna op lectoren en misdienaars (of houden jullie meer van het woord acoliet). Naar keuze.

Jullie zijn waardevol… we hebben jullie nodig… we kunnen niet zonder jullie.
Vrijwilliger zijn is vele uren in de weer zijn,
Door zon, regen en wind en aan jullie werk- of schrijftafel.
Het is dienend bezig zijn en steeds opnieuw de vraag stellen:
“Wat kan ik doen? Wat mag ik doen?”
Het is eenvoudig weg “goed doen”.

Vrijwilliger zijn is organiseren, telefoneren, corresponderen.
Boekhoudingen verzorgen en verslagen opmaken.
Vergaderingen voorbereiden en in goede banen leiden.
Mensen toespreken, mensen aanspreken. Bezinnen en samen feest vieren.
Handenarbeid en soms zwaar labeur.
Het is hoofd, arm en been, het is bovenal hart hebben voor elkaar en voor de parochiegemeenschap.

Vrijwilliger zijn is ook geduldig zijn, kunnen wachten,
een lange adem hebben, in zich de tijd dragen.
Het is een luisterend oor hebben
En een diepe aandacht voor noden groot en klein.

Vrijwilliger zijn is soms roeien tegen de stroom in,
Maar tegelijk voelen dat je niet alleen bent, dat heel wat mensen achter je staan. Het is diepe vriendschap ontdekken, mogen thuiskomen bij anderen.

Vrijwilliger zijn is ook aandacht hebben voor Jezus’ oproep:
“Wat je aan de minsten van de mijnen doet, heb je aan Mij gedaan”.
Het is dag in dag uit Gods droom tot de jouwe maken.
Geloven in een nieuwe hemel, werken aan een nieuwe aarde.
Voor velen onder ons is het:
Zich blijvend voeden aan de Bron van Leven: God die Liefde is.

God, maak ons ook af en toe sprakeloos voor de bezieling en de begeestering van wie zich beroepsmatig inzetten.
Met vuur, met glans, met niet gemeten tijd omwille van anderen.
Dat wij de bezieling van die mensen in hun arbeid nooit vanzelfsprekend vinden.

Heer, open mijn lippen en mijn mond

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God (Johannes I,1-3). Wij kennen allemaal dit bijna gevleugeld geworden woord van Johannes. Wij glijden er soms ook zo gemakkelijk overheen. En nochtans is het gesproken woord voor ons geloof en onze geloofsuiting zo belangrijk. De woorddienst is immers de geestelijke inrijpoort naar de Tafeldienst toe in onze Eucharistievieringen.

Op onze parochie pogen wij daar echt “iets goeds” van te maken. Een klaar, duidelijk, geďntoneerd woord kan een sfeer creëren die het woord en het misgebeuren een diepere dimensie geven. Vandaar het belang dat wij hechten aan onze lectoren. Wij willen dan ook even een “woordje” zeggen over de spiritualiteit van de lector. Hij spreekt in naam van…

Lectoren krijgen in deze dialoog tussen God en zijn volk een belangrijke diensttaak toegewezen. Zij ‘verkondigen’ in de strikte zin van het woord: zij lenen hun stem –eigenlijk hun hele lichaam- aan de woorden uit de Schrift, opdat Gods Woord door de verzamelde gemeenschap beluisterd en herkend kan worden. De lector is in zekere zin een ‘woordvoerder’: hij of zij laat in naam van de Heer diens oproep aan de mensen opnieuw weerklinken.

Lectoren zijn dus niet in de eerste plaats voordrachtkunstenaars, ook al zijn een aantal technische vaardigheden onontbeerlijk om goed voor te lezen. Zij richten de aandacht liefst niet op zich, maar op de boodschap die de voorgelezen tekst bevat. De lector is ‘tussenpersoon’, geen hoofdacteur. Dat betekent helemaal niet dat wie leest, dat op een neutrale en kleurloze manier moet doen. Maar letoren zullen slechts dan goede vertolkers zijn, wanneer zij zelf de eerste toehoorders zijn. Lector zijn is meer dan voorlezen voor anderen: het is tegelijk getuigenis afleggen van de wijze waarop men Gods Woord zelf beluisterd en aanvaard heeft.

De grondhouding van de lector wordt gevormd door het besef dat hij of zij spreekt ‘in naam van’ Iemand anders. Men mag van de voorlezing verwachten dat ze iets laat oplichten van het geloof van degene die leest, en van de overtuiging dat de tekst die men leest, inderdaad levend Woord is van God tot zijn mensen. Dit Woord kan weer zijn oorspronkelijke kracht krijgen, omdat het uitgesproken wordt door iemand die zich iets kan voorstellen bij wat hij, of zijn, zegt.

Een zware opgave?

Het klinkt als een zware opgave, maar het is vooral een zaak van ingesteldheid. Lector zijn uit overtuiging. Lector zijn die gelooft in wat hij tekstueel brengt. Lector zijn, omdat men houdt van een parochiegemeenschap en daar een bedienaar wil van zijn. Lector zijn omdat men gelooft in de kracht van het positieve woord. Lector zijn als een invullingselement van je godsdienstige beleving.
Wij vragen geen voordrachtskunstenaars. Wel overtuiging. Uiteraard spreekt het voor zichzelf dat “lector zijn” zijn eigen inspanning vergt en dat ook een stukje techniciteit niet mag ontbreken. Die kunnen echter worden aangeleerd en daar zouden wij werk van maken. In de loop van oktober-november voorzien wij enkele korte, prettige bijeenkomsten voor lectoren. Waar wij in een aangename sfeer ons lector-zijn nog wat willen perfectioneren.

Het is daarom dat wij met dit artikel willen beroep doen op nieuwe “vrijwillige” lectoren. Het lectorschap is zeker niet vrijblijvend, maar het wordt toch ook flexibel georganiseerd. Om de drie maanden krijgen jullie een invultabel van koster Ann Deceuninck en daar kan je op vermelden welke zaterdag- of zondagsmis voor jullie geschikt is. Je maakt dus je eigen programma op. En zelfs… bij nood of heirkracht is het nog altijd mogelijk, je in laatste instantie, te laten vervangen na afspraak met Ann Deceuninck. Jullie merken het: tijdsberovend is het lector-zijn niet. Het vraagt alleen engagement en geloof in de taak die jullie opnemen.

We geven hierbij eens de namen van de huidige lectoren en hopen er met jullie steun deze lijst nog te kunnen aanvullen:
Allaert Matti – Buyck Anneke – Coppens Geert – De Bolle Geert – Dobbelaere Ann – Martelez Elise – Meerschaert Annemie – Messly Christine – Vercruysse Martine – Verhenne Hugo.

Vrijwilligers worden steeds vriendelijk en met veel blijheid ontvangen bij koster Ann Deceuninck,Gouden Rivierlaan 61, GSM 0479 68 78 44 of in de sacristie.
Ook kan je altijd terecht bij Hugo Verhenne, Antoon Van Dycklaan 95, Kortrijk, tel. en fax 056 35 00 68, verhenne.hugo@skynet.be.
Vrees niet, talm niet, pak het aan, het kan jou een religieuze “kik” geven.

Onze acolieten

Je merkt ze niet altijd. Bescheiden, bijna glijdend geluidloos schrijden zij op en rond het altaar. Een nederige maar belangrijke bijdrage leveren zij aan de verzorging van de Heilige Eucharistieviering. We zijn verheugd opnieuw een nieuwe acoliet te mogen verwelkomen, naast Beeuwsaert Frederic, De Bolle Kobe, Loosvelt Bruno, Vandeghinste Thibaut, Beckers Carolin. Jan-Lucas Benoit is zijn naam (zie foto). Hartelijk welkom aan Jan Lucas in zijn nieuwe vrijwillig opgenomen taak binnen onze kerkgemeenschap.
Uiteraard is dit een mooie gelegenheid om eens hartelijk dank te zeggen aan al onze toegewijde acolieten. Onder de leiding van zuster Mia en de organisatorische logistiek van koster Ann, bereiken onze acolieten een hoog peil. Plechtig, ingetogen maar blijheid uitstralend. Dat is een stukje hun motto. En zij slagen erin dat religieus aan te reiken. Bedankt en doe zo verder. Jullie zijn een vast gegeven geworden in onze mooie Sint-Pius X-diensten.