Een stukje vorming
Op de parochieraad van 7 april ll. werd door priester Geert een inleidend stukje vorming gegeven. We konden niet nalaten het hier ook af te drukken en als vormingspakketje mee te geven. Op een bevattelijke wijze wordt aangebracht, welke de achtergrond is van het Marcus-evangelie. Een interessante handleiding om het Marcus-Evangelie nog beter begrijpend te kunnen lezen. We komen later nog terug op de drie andere Evangelisten. Catechese is er immers niet alleen voor de Vormelingen. Ook de volwassen christenen moeten er kunnen voor openstaan.
Het Marcusevangelie is waarschijnlijk ontstaan in Rome, ruim veertig jaar na de dood van Jezus. Het is het oudste, kortste en meest directe van de vier evangelies.
Twee historische gebeurtenissen hebben hun stempel gedrukt op het verhaal: de christenvervolging van Nero (64 n. Chr.) en de verwoesting van de tempel in Jeruzalem (70 n. Chr.).
Dit evangelie kan beschouwd worden als een lange inleiding op het lijdensverhaal. Vervolging, beproeving en pijn spelen dan ook een vrij belangrijke rol. Zij worden herhaaldelijk door de auteur vermeld als behorend tot de christelijke ervaring: ‘verdrukking omwille van het woord’ (Mc 10,30).
Vooreerst is er de moeilijke verhouding met het officiële jodendom: de christengemeenschappen stellen zich open voor niet-joodse elementen waardoor de verhouding met het jodendom problematischer wordt. Bovendien wordt het joodse verzet tegen de Romeinen niet gesteund door de christenen. Joden en christenen, die zich beroepen op hetzelfde woord van God, groeien dus meer en meer uit elkaar.
Daarnaast is er de vervolging van de christenen door de Romeinen, waarin alle christelijke leiders op gewelddadige wijze om het leven worden gebracht. In zijn evangelie denkt Marcus na over deze recente ontwikkelingen en kiest – in tegenstelling tot het jodendom – voor een zending naar alle volkeren. Het verhaal dat hij brengt over de joodse instellingen, de tempel, de eetgewoonten, de sabbat… berust eigenlijk op een soort tegenstelling: zoals oud zich verhoudt tot nieuw. Zo stelt Marcus de traditionele joodse gewoonten tegenover de christelijke die zich nu aandienen.
Het verhaal eindigt plots, met een gevoel van: wat nu ? De vrouwen vluchten weg van het graf. Ze vertellen er niemand iets van. Ze zijn bang. Na het relaas van Marcus moet iedereen zijn weg gaan. Zijn evangelie dient om de ogen te openen. Zien moet iedereen zelf doen.