Even een voorsmaakje
Maandag laatstleden liep ik priester Chris Depaepe tegen het lijf. Niet echt
verwonderlijk. Want wij weten het. Chris houdt van rustig, genietend wandelen
door de straten van onze parochie. Onze wijk. Echt kuieren. En daarbij mensen
groeten, aanspreken, minzaam luisteren (zie foto). Menselijke steuntjes bieden
waar het nodig is. Gezelligheid uitstralen. Uiteindelijk heeft iedereen daar
behoefte aan.
Even maakten wij halt. Genoeg om van Chris te horen dat het boek waaraan hij nu
bijna anderhalf jaar werkt, in zijn definitieve fase is beland. “Straks Hugo”
glimlachte hij “krijg je de afgewerkte tekst. Je zegt er dan wel eens jouw
gedacht over.”
Echt benieuwd ben ik naar dit boek over 50-jaar Sint-Pius X-parochie dat op
donderdag 26 maart 2009 plechtig zal worden voorgesteld. In het verlengde van de
Religieuze Conferentie, die, die avond, wordt gegeven in onze kerk, door E.P.
Manu Van Hecke, abt van de abdij in Westvleteren. Uiteraard ook in het raam van
onze jubileumfeesten 50-jaar Sint-Pius X.
Benieuwd, dit zeker. Maar vooral ook zeer verwachtingsvol. Want het wordt goed,
zeer goed. Wij hebben Chris immers kunnen volgen in zijn opsporingen. Allemaal
niet zo vanzelfsprekend. Eerst het kader zoeken waarin men de geschiedenis van
50-jaar plaatselijk Kerkleven zal plaatsen. En dan… sporen zoeken. In het
kerkarchief. Zalig de geduldigen van onze parochies die alles archivarisch
hebben bewaard. Ogenschijnlijk achteloos opgeslagen in de berging van Trefpunt
(het zaaltje onder de kerk) wat vergrijsd en verzilverd door de tijd. Maar nu zo
nuttig, zo waardevol voor de geschiedschrijver.
Chris heeft er historisch-gretig gebruik van gemaakt. En dan… de bevoorrechte
getuigen interviewen. Ze laten verhalen over 50 jaar terug en luisteren. Met zin
en oog voor het detail, de anekdote. Het menselijke. En vooral niet vergeten dat
priester Chris Depaepe zeer accuraat is. En zo zal het boek ook zijn. Het
verleden heeft immers zijn rechten en Chris zijn plichten. En dan gelukkig… of
is het gezegend: Het boek van Raoul Depaepe, vader van Chris: “25 jaar Sint-Pius
X”. Voor Chris een baken voor zijn eigen werk. Met de emotionele “drive” om het
levensboek van vader niet alleen verder te zetten. Het even goed te doen vooral.
Voor een geschiedschrijver is een fundament van 25 jaar een ongezien historische
weldaad. Een onverwacht geschenk. Een basis om een parochie-monument op te
bouwen.
En dan… de vormgeving en de uitbouw van het boek. Religieuze en profane, parochiale en sociale elementen. Markerende figuren en gebeurtenissen. Christelijke inspiratie en dynamiek. Het moet allemaal in een vloeiend geheel worden samengebracht. Vijftig jaar parochie vieren, is immers geen abstractie. Geen zuivere rationaliteit. Dat is het werk van zovele mensen. Van zoveel engagement. Gezien en ongezien. Het is een doorsnede van het hele leven. Met successen en mislukkingen. Met vallen en opstaan. Met licht en schaduw. Achter die 50 jaren steken de gezichten van zovele mensen, die allen betekenis en zinvolheid hebben gegeven aan het begrip “parochie Sint-Pius X”. Priesters, diakens, parochie-medewerkers, kerkgangers, zoekende gelovigen, wijkbewoners. Een korf diversiteit samen: naar leeftijd, naar achtergrond, naar geloof, naar kundigheden en vermogens, naar eenvoudig er zijn voor de anderen. Dit alles is echt parochie. En dit in één boek moeten samenbrengen. Het is een nobel waagstuk. Dat zeker de moeite zal zijn. Maar nog even geduld! Of toch… Wij geven jullie een voorsmaakje. Nog niet uit het boek van Chris. Wel uit dat van zijn vader Raoul. Nu en dan een snufje gaan wij onze lezers aanbieden. Literair opwarmen noemt men dat. Repetitieve reclame? Inderdaad, dat zeker. Want wij willen dat ons feestjaar een echte voltreffer wordt. En daarin is het verschijnen van het boek van Chris een klapstuk.
Het snufje dat wij in dit nummer aanbieden, is gewoon de inleiding van het boek van Raoul Depaepe. De titel spreekt voor zichzelf: “Hoe het was” of “De voorgeschiedenis van Sint-Pius X”. En het begint van… heel ver. Vanaf 1860 tot 1914. De rest krijg je in de loop der feestmaanden. Maar weet, het is slechts “het tipje van de sluier”.
Hoe het was
“Coucke’s dreve” gezien naar het zuiden in 1925 (verzameling J. Ghyoot)
De meeste gegevens van dit stukje werden door Raoul Depaepe gehaald en bewerkt uit een gesprek met Pol Verhenne. Overleienaar in hart en nieren. Later nog voorzitter van de toenmalige Kerkfabriek.
“Het territorium van de St.-Pius X parochie dat oorspronkelijk bestond uit een deel van het grondgebied van Kortrijk en Kuurne, was midden in de vorige eeuw een deel van het landbouwgebied dat, gelegen ten noordoosten van de stad Kortrijk, paalde aan de stadswallen, de Brugsebaan, de Heulebeek en de Leiemeersen. Buiten enkele hofsteden en vlasbedrijven vond men er bijna geen particuliere woningen. Aan die toestand kwam stilaan verandering door de aangroei van de stedelijke bevolking, het slopen van de stadspoorten, het afschaffen van de octrooien en het dempen van de wallen na 1860. In 1895 won het gebied aan belangrijkheid door de aanleg van de Groeningebrug die een rechtstreekse verbinding toeliet tussen de Gentsewijk en de Brugsepoort via de “Boulevard de l’Est” (Oostlaan), nu Minister Liebaert- en Burgemeester Vercruysselaan. Parochiaal behoorde dit gebied deels aan de Kortrijkse Onze-Lieve-Vrouweparochie en deels aan de Kuurnse St.-Michielsparochie. Het Kortrijkse stuk maakte vanaf 1877 deel uit van de toen opgerichte St.-Elooisparochie.
Kuurnsesteenweg 88: herinnering aan "De Molenwal"
Door het territorium liepen twee veldwegen, in de volksmond “karieren” genoemd:
de “Cuerenschen Teysweg” (nu A. Van Dycklaan) en “Coucke’s dreve” (nu St.-Elooisdreef).
De eerste weg sloot aan op de Oostlaan, verdeelde het gebied van west naar oost
in twee omtrent gelijke delen en was de kortste weg naar het nabijgelegen Kuurne.
De tweede weg liep van noord naar zuid dwars door het gebied en was langs beide
boorden afgezet met een rij prachtige bomen. Hij vormde een belangrijke
aanvoerweg voor het te roten vlas, hoofdzakelijk afkomstig van Heule-Watermolen,
Sinte-Catherine (Sente) en Lendelede. De dreef ontleende haar naam aan Coucke’s
hof dat vlak bij de Leie lag. Volgens een gedenksteen in de voorgevel herstelde
Karel Noppe het hof in 1933 en noemde het “Rotershof”. In dat jaar was het
eigendom geworden van de familie Steverlynck, die het eerst gebruikte als
zomerverblijf om er zich later definitief te vestigen. Langs de kant van de
Kuurnsesteenweg, ongeveer op de plaats van de St.-Pius X kerk, stonden de
staakmolen “Meulewalleke” en de herberg “In den Molenwal”. Aan “De Samenkomst”
vond men een stenen molen.
Op de Kuurnsesteenweg had de stoomtram Kortrijk-Kuurne-Wakken-Aarsele, in
1902/03 aangelegd, twee stopplaatsen: “De Samenkomst” en “Prins Boudewijn” (hoek
Koolkappersstraat).”
Totdaar een eerste “geutje goesting”. Er komen er nog meer. Een boeket van…, veel leesgenot.