In de kijker
In deze rubriek richten we de aandacht op mensen die veel voor onze parochie betekenen.
- In memoriam Jacques Seys (1923-2011)
- In memoriam Germain Mahieu (1923-2011)
- In memoriam Jozef Decoene (1927-2011)
- Zuster Ann Hanson viert haar gouden
kloosterjubileum
- Walter Deschodt aangesteld als
gebedsleider voor onze parochie
- Pr. Flor Claerhout vertelt zijn roepingsverhaal n. a. v. zijn
gouden priesterjubileum
- Cyriel Christiaens, 15 jaar voorzitter
Seniorenwerking "De Eeuwige Lente"
- Zuster Simonne: diamanten
kloosterjubileum en In Memoriam
- Zuster Jenny viert haar gouden
kloosterjubileum
- Thérèse Tanghe-Toye wint de gouden
medaille Frans Dewitte
- Zuster Samuela en Zuster Hermilis,
de laatste zusters van het Sint-Amandscollege
In memoriam Jacques Seys (1923-2011)
Op 15 oktober is E. H. Jacques Seys overleden. Sinds zijn emeritaat
in 1996 woonde E. H. Seys in Kortrijk.
Hij werd geboren in Ieper op 5 maart 1923. Na zijn priesterwijding in
1951 werd hij leraar wiskunde-wetenschappen aan het Klein Seminarie in
Roeselare. Van 1962 tot 1973 verbleef hij een eerste periode in Kortrijk
als medepastoor van de Sint-Elisabethparochie. Van 1973 tot 1980 was hij
pastoor-deken in Avelgem en vervolgens tot 1996 pastoor in Stalhille (Jabbeke).
Op al die plaatsen was hij een graag geziene priester, dienstbaar en
vriendelijk, wijs en voorzichtig.
Na zijn emeritaat keerde hij terug naar Kortrijk, waar hij samen met
zijn trouwe huishoudster, mevr. Simonne Gadeyne, in de Simon
Stevinstraat kwam wonen. In de jaren dat hij hier verbleef maakte hij
zich verdienstelijk op onze parochie. De eerste jaren droeg hij af en
toe de weekendmis op in onze Sint-Elooiskerk of verzorgde hij de
homilie. Hij hielp in het weekend ook in Rollegem. In zijn preken kwam
de diepe overtuiging van zijn geloof tot uiting. Hij bezocht zieken en
bejaarden en bracht hen de communie. Zolang zijn gezondheid het toeliet
droeg hij elke weekdag de eucharistie op in het klooster van de
Recollettenstraat. Ruim 10 jaar geleden, op 18 februari 2001, mochten we
hem danken en feliciteren bij de plechtige viering van zijn gouden
priesterjubileum in onze kerk.
Jacques Seys was een discrete en voorname maar ook oprecht hartelijke
man. Veel parochianen zullen aan zijn stille aanwezigheid op onze
parochie dankbare herinneringen bewaren.
E. H. Seys werd begraven op 22 oktober in Stalhille, zijn laatste
parochie voor hij op rust ging.
In memoriam Germain Mahieu (1923-2011)
Op 31 mei 2011 is Germain Mahieu overleden. Op 7 juni namen zijn
familie en vele vrienden en bekenden afscheid van hem in onze
Sint-Elooiskerk.
Als rasechte Overleienaar was Germain een van de pijlers waarop de
gemeenschap van Overleie en de Sint-Elooisparochie jarenlang konden
steunen. Zijn engagement bestreek talrijke terreinen. Op sociaal en
politiek vlak speelde hij een voortrekkersrol onder meer als voorzitter
van KWB Overleie. Hij was jarenlang lid van de culturele raad van de
stad Kortrijk. Zijn schilderstalent kwam goed van pas bij de Spatjes
voor wie hij menig decor hielp realiseren. Hij was voorzitter van het
parochiecentrum en hielp in die functie vele malen de Kastanjefeesten
organiseren. In de parochie was hij ook actief als lid van de
parochieraad en als lector.
Gedurende achtentwintig jaar was hij lid van de kerkfabriek, waarvan het
grootste deel als penningmeester. Deze taak vervulde hij met grote
nauwgezetheid en verantwoordelijkheidszin en in de beste verstandhouding
met de opeenvolgende parochiepriesters. Voor al zijn inzet werd hij
terecht gehuldigd door zowel de kerkelijke als burgerlijke overheden:
hij ontving het Gulden Ereteken van Sint-Donatianus en de Burgerlijke
Medaille Eerste Klasse, onderscheidingen waarop hij terecht fier was.
Naast deze vele engagementen was er vanzelfsprekend ook de trouwe zorg
voor zijn echtgenote Denise en zijn kinderen.
De inzet van Germain voor zijn gezin en voor de gemeenschap waarbinnen
hij leefde was geschraagd door een sterk geloof. Toen hij in 2005
gehuldigd werd bij zijn afscheid van de kerkfabriek besloot hij zijn
dankwoord met de woorden: "Het is allemaal voor God gedaan."
Met Germain verdwijnt een van de meest markante figuren van Overleie.
Zijn inzet blijft een voorbeeld voor ons allen.
In memoriam Jozef Decoene (1927-2011)
Op 13 januari 2011 is onze vroegere parochieherder E. H. Jozef
Decoene overleden.
We proberen een beeld te schetsen van de bezieling waarmee hij zijn taak
als priester vervulde, in het bijzonder gedurende de periode die hij op
onze parochie doorbracht.
Jozef Decoene werd geboren in 1927 in Ledegem, maar bracht zijn jeugd
door in Moorslede waar zijn vader hoofdonderwijzer was. Hij volgde zijn
middelbare studies aan het Kleinseminarie in Roeselare, waarna hij naar
het grootseminarie in Brugge trok.
Na zijn priesterwijding in 1953 was E. H. Decoene vijftien jaar werkzaam
in het onderwijs. Zijn eerste benoeming kreeg hij als leraar klassieke
talen aan het Sint-Amandscollege in Kortrijk. Van 1958 tot 1960 ging hij
als priester in zending les geven in Luluaburg in het toenmalig Belgisch
Congo. Na de perikelen rond de onafhankelijkheid van Congo bleef hij in
België en werd hij eerst benoemd tot leraar aan het Sint-Aloysiuscollege
in Menen en twee jaar later tot prefect van het Sint-Pauluscollege in
Wevelgem.
Ook in zijn periode als parochiepriester zou het onderwijs verder voor
een deel zijn werkterrein blijven: tijdens zijn jaren op Sint-Elooi
bleef hij enkele uren per week godsdienstles geven, hoofdzakelijk aan
het Sint-Amandscollege, en als deken van Izegem was hij ook voorzitter
van de inrichtende macht van het plaatselijk katholiek onderwijs.
In augustus 1968 werd Jozef Decoene benoemd tot onderpastoor van de Sint-Elooisparochie, waar Jozef Ackerman pastoor was. Arnold Lambrecht, die hij kende van op het seminarie en als collega in het Sint-Amandcollege, was er het jaar voordien onderpastoor geworden. Na het overlijden van E. H. Ackerman in 1974 werd Pedro Nollet de nieuwe pastoor. In 1977 werd deze benoemd tot pastoor in Brugge, en kwam het nieuws dat er geen nieuwe pastoor zou aangesteld worden op Sint-Elooi. Arnold Lambrecht en Jozef Decoene vormden er voortaan de priesterequipe. Het zou een sterke ploeg blijken te zijn van twee persoonlijkheden die elkaar zeer goed aanvulden en in de beste verstandhouding de verantwoordelijkheden deelden. De activiteiten van E. H. Decoene die verder beschreven worden gebeurden dan ook altijd in samenwerking en overleg met zijn confrater.
Een van de taken waarvoor Jozef Decoene van bij zijn aanstelling
instond was de zorg voor de liturgie. Het was de tijd van de liturgische
vernieuwingen na het Tweede Vaticaans Concilie. De rol van de leken in
de liturgie werd sterk opgewaardeerd en Jozef Decoene had dan ook
bijzondere aandacht voor de begeleiding en vorming van acolieten en
lectoren. Ook het Sint-Elooiszangkoor en later het Jeugdkoor genoten
zijn zorg.
De homilie was voor hem een belangrijk onderdeel van de eucharistie. Hij
was een begenadigd predikant, die in zijn goed gedocumenteerde homilieën
blijk gaf van een grote belezenheid. Hij aarzelde ook niet om in
maatschappelijk gevoelige kwesties duidelijke standpunten in te nemen.
De liturgische vernieuwing vergde ook een aangepaste inrichting van de
kerkruimte. E. H. Decoene was de grote pleitbezorger van de aanpassing
van het hoogkoor, die in 1973 gerealiseerd werd, en van latere
aanpassingen zoals de inrichting van de Mariakapel en de vernieuwing van
het portaal.
In die periode, waarin er aanvankelijk nog zes weekendmissen waren, vond
de priesterequipe het al belangrijk dat de hele parochiegemeenschap
regelmatig rond het altaar samenkwam om te vieren. Er werden dan ook bij
diverse feestelijke gelegenheden grote vieringen op touw gezet met
talrijke celebranten, verzorgde muzikale uitvoeringen met koren en
orkest, choreografie door de groep "de Kornet" van het
Sint-Amandscollege, inbreng van verenigingen in de offerstoet enz.
Ook de Geloofsdagen, een soort parochiale retraite, die in 1979 werden
georganiseerd, waren een belangrijke bijdrage tot de gemeenschapsvorming
van de parochie.
Dat in 1977 werd overgeschakeld van de klassieke formule van een
pastoor en twee onderpastoors naar een parochie met twee gelijkwaardige
medepastoors, was een eerste teken van de grote evolutie in de pastorale
structuren die op komst was. Vanaf 1982 werd de priesterequipe
uitgebreid tot een pastoraal team, met Pierre Naert als eerste
parochieassistent. Later zouden ook zr. Jeanne Wylin en zr. Ann Hanson
de taak van parochieassistent op zich nemen.
Vanuit de optiek dat de leken een grotere rol zouden moeten gaan spelen
in de parochieopbouw werd in 1977 ook gestart met de buurtwerking. De
parochie werd verdeeld in achttien buurten, die elk eenmaal per jaar een
buurtmis hadden. Per buurt was er een buurtverantwoordelijke en een
groepje animatoren die de buurtmis voorbereidden, nieuwe bewoners
verwelkomden, parochiebrieven ronddeelden, aandacht hadden voor zieken
en bejaarden enz. De buurtwerking leverde een grote bijdrage tot het
bewaren en versterken van het sociaal weefsel, dat ook nu nog zo
kenmerkend is voor Overleie.
De twee jaren die E. H. Decoene in Congo had doorgebracht zullen allicht zijn belangstelling voor de missies hebben gestimuleerd. Hij was op Sint-Elooi verantwoordelijk voor de missiewerking en verenigde alle initiatieven in dat verband in de werkgroep Missie en Derde Wereld. Naast de contacten met missionarissen afkomstig van onze parochie, zorgde hij ook voor de contacten met de Ruandese parochies in Nyakibanda en Kibeho. Verschillende studenten van het seminarie van Nyakibanda werden door onze parochie materieel en in gebed gesteund op hun weg naar het priesterschap. Tijdens de jaarlijkse vastenperiode bepleitte E. H. Decoene altijd vurig en met succes dat de parochianen mild zouden bijdragen aan Broederlijk Delen. Vanuit zijn missionaire belangstelling zorgde hij er ook voor dat de naam van pater Vandeputte vereeuwigd werd in het naar hem genoemde plein.
Ook buiten zijn onderwijsopdracht had E. H. Decoene bijzondere aandacht voor de jeugdwerking, die een probleem apart vormde op onze parochie, vanwege de veroudering en ontvolking. Hij was proost van de meisjeschiro, en na het verdwijnen van de Chiro-afdeling van Sint-Elooi werd gestart met de "Plus"-werking. Vanuit de vraag van ouders naar religieuze begeleiding van jong-volwassenen startte hij met Gerbe, Gespreksgroep voor Religieuze Bezinning, die ook voor jongeren buiten de parochie openstond. Voor veel jongeren vormden deze initiatieven het fundament waarop ze hun kerkelijk engagement verder uitbouwden.
De oecumene was een ander belangrijk werkterrein voor Jozef Decoene.
Vanaf 1970 was hij de verantwoordelijke voor de bevordering van de
oecumenische gedachte in het Kortrijkse. Hij had uitstekende contacten
met de plaatselijke dominee Buunk, en nodigde hem uit om in onze kerk te
komen preken ter gelegenheid van de Bidweek voor de Eenheid. Zo werd
onze parochie de eerste in ons land waar een protestantse dominee de
homilie hield tijdens een eucharistieviering in een katholieke kerk.
In het verlengde van zijn oecumenische verantwoordelijkheid werd op
Jozef Decoene ook een beroep gedaan voor de zorg voor gastarbeiders. Hij
werkte mee aan de oprichting van de vzw Opbouwwerk voor Migranten, en
organiseerde enkele malen een gezamenlijke gebedsstonde voor christenen
en moslims.
Het was onvermijdelijk dat het talent en de werkkracht van E. H. Decoene ook elders opgemerkt werden. Toen hij in 1988 benoemd werd tot deken van Izegem werd dat nieuws door de parochianen van Sint-Elooi op gemengde gevoelens onthaald. Enerzijds waren we trots dat onze pastoor een meer dan verdiende "promotie" kreeg, maar anderzijds konden we ons de parochie zonder hem niet goed meer voorstellen. De afscheidsviering was indrukwekkend en bij de aanstelling van de nieuwe deken van Izegem was Overleie sterk vertegenwoordigd.
We kunnen nog vermelden dat E. H. Decoene tijdens zijn jaren op
Sint-Elooi met zijn vaardige pen talrijke artikelen schreef voor Kerk en
Leven, dat hij het parochiearchief organiseerde, dat hij proost was van
organisaties als KAV en CMBV, …
Deze lange opsomming van activiteiten en engagementen, die nog verre van
volledig is, mag ons niet doen vergeten dat Jozef Decoene als priester
een man van gebed was, en iemand die met grote toewijding de "gewone"
taken van een parochiepriester behartigde: voorgaan in de eucharistie,
zieken bezoeken, verloofden voorbereiden op het huwelijk, de
doopselpastoraal verzorgen, mensen bijstaan bij een overlijden enz. Hij
hechtte veel belang aan persoonlijke contacten met zijn parochianen. In
het eerste jaar na zijn benoeming op Sint-Elooi maakte hij er werk van
om alle bewoners van zijn wijk te bezoeken en hij betreurde het altijd
dat hij door zijn vele taken niet de tijd had om dit regelmatig opnieuw
te doen.
We kunnen de persoon van Jozef Decoene niet beter typeren dan met de
woorden die hij zelf liet optekenen in een kranteninterview uit 1987:
"Onze plicht als priester is te blijven studeren en ons bij te
werken, preken voorbereiden, bezoeken van mensen ontvangen om diverse
redenen… Zeker, onze dagen en soms stukken van de nacht zijn meer dan
gevuld! In dat alles voel ik mij heel gelukkig. Het heeft mij nog nooit
één ogenblik berouwd dat ik priester ben geworden en ik wil daarin
nuttig zijn voor de gemeenschap tot mijn laatste snik of zolang mijn
gezondheid het mij toelaat. Wij zijn tenslotte gezegende arbeiders op de
akker van de Heer, die elk seizoen in bloei moet staan."
De oogst is rijk geweest.
Zuster Ann jubileert
Dit jaar viert zuster Ann Hanson van de Zusters van Liefde in de
Rekollettenstraat haar gouden kloosterjubileum. Op zondag 26 september
is er in de Sint-Elooiskerk om 9.45 uur een plechtige dankviering
opgeluisterd door het Sint-Elooiskoor. Ongetwijfeld zullen veel
parochianen eraan houden door hun aanwezigheid zuster Ann te feliciteren
en te danken voor haar grote inzet. Op zondag 3 oktober is er om 9.45
uur nogmaals een plechtige dankviering, deze maal in het bijzonder voor
de familie van zuster Ann.
Wij nemen de gelegenheid te baat om het engagement van zuster Ann eens
uitgebreid te belichten.
Jeugd en roeping
Zuster Ann Hanson is afkomstig van Heule. Ze werd geboren als oudste van een gezin van acht kinderen. Vader was zelfstandig schoenmaker. Ze woonden aanvankelijk in de Harelbekestraat (nu Zeger van Heulestraat) tot de woning te klein werd voor het gezin. Vader en moeder Hanson waren zeer sociale mensen, die ondanks hun drukke beroeps- en gezinsleven hun kinderen aanmoedigden om ook behulpzaam te zijn bij andere mensen. Haar dynamisme en hulpvaardigheid heeft zuster Ann dus van huis uit meegekregen. Ann liep school bij de zusters in de Mellestraat, eerst de lagere school en daarna vier jaar middelbaar beroepsonderwijs. In die jaren bleek al dat zij graag met kinderen omging. Ze was actief als leidster van de Kroonwacht, een jeugdbeweging voor meisjes die later zou opgaan in de Chiro. Na haar studies bleef ze nog vier jaar thuis. Haar hulp was natuurlijk zeer welkom in het grote gezin en de zelfstandige zaak. Ann voelde zich echter aangetrokken tot het kloosterleven. Het was wel even slikken voor haar ouders toen ze vernamen dat hun oudste naar het klooster wilde gaan, maar ze stemden toe en op 8 september 1958 trad Ann in bij de Zusters van Liefde van Heule. Op 20 april 1960 werd ze geprofest, en het is van deze gebeurtenis dat dit jaar het gouden jubileum wordt gevierd.
Onderwijs
Blijkbaar had men in het klooster meteen gezien dat zuster Ann
voorbestemd was om met kinderen te werken, want na haar geloften werd
zij naar de Normaalschool Sint-Andreas in Brugge gestuurd, waar ze in
1964 het diploma van kleuterleidster behaalde.
Meteen verhuisde ze naar Lauwe, waar ze in de plaatselijke school aan de
slag ging als kleuterleidster.
In 1976 volgde dan de transfer naar de Sint-Pius X-school, en kwam
zuster Ann op Overleie wonen, in het klooster van de Rekollettenstraat.
Ze bleef 25 schooljaren aan het werk in de Sint-Pius X-school, tot 30
juni 2001.
Zuster Ann gaf meestal de derde kleuterklas, soms de tweede kleuterklas,
en af en toe zelfs een combinatie van tweede- en derdeklassers.
In de loop der jaren is het onderwijs natuurlijk geëvolueerd, en de
hedendaagse kleuters (en hun ouders) hebben andere noden en
verwachtingen. Zuster Ann heeft doorheen al die evoluties altijd met
evenveel hartelijkheid, enthousiasme, creativiteit en deskundigheid voor
haar kleuters gezorgd. En daarbij heeft ze altijd twee principes
gehanteerd die vandaag nog even waardevol blijven: proberen voor
iedereen gelijk te doen en voorrang geven aan de zwaksten.
Parochie
Met de komst van zuster Ann naar Overleie in 1976 begon meteen haar engagement voor de Sint-Elooisparochie. Onmiddellijk werd ze ingeschakeld in de vormselcatechese, waar ze haar geloof, haar creativiteit en haar talent om met jongeren om te gaan kon bundelen. Ze maakt nog altijd deel uit van onze sterke ploeg vormselcatechisten. Ze was jarenlang de vaste lector in de mis van halfnegen (in die periode waren er nog zes weekendmissen), ze was lid van de parochieraad, en bij alle mogelijke feestelijkheden werd op haar een beroep gedaan. Ook voor het versieren van de kerk met Pasen, Kerstmis en op andere feestdagen was ze steeds van de partij. Toen in de jaren tachtig begonnen werd met het vormen van parochiale teams om stilaan te komen tot een gedeelde verantwoordelijkheid van priesters en parochiegemeenschap, was het als vanzelfsprekend dat zuster Ann opgenomen werd in het parochiaal team van Sint-Elooi.
We kennen zuster Ann als iemand die graag bezig en actief is en dus verwachtte iedereen dat ze na het beëindigen van haar onderwijsloopbaan haar engagement op de parochie zou verder zetten. Al vlug zou blijken hoe onmisbaar zij voor de parochie was. Eind 2001 was de kerkfabriek namelijk op zoek naar een nieuwe koster-orgelist. Het bleek niet zo gemakkelijk meer om iemand te vinden die de functies van koster en orgelist kon combineren. Daarom werd geopperd om de twee op te splitsen. De toenmalige pastoor Patrick Degrieck trok zijn stoute schoenen aan en ging in de Rekollettenstraat polsen of de functie van koster niet iets voor zuster Ann zou zijn. Tot zijn vreugde stemden zuster Ann en haar overste onmiddellijk toe.
Hoeft het gezegd dat zuster Ann haar nieuwe opdracht met hart en ziel aanvatte? De honderd-en-een taken die ze als koster voor haar rekening neemt zijn altijd tot in de puntjes uitgevoerd: het altaar piekfijn geschikt, alle benodigdheden voor de vieringen op hun plaats, de voorraad kaarsen tijdig aangevuld, de gewaden met zorg klaargelegd en opgeborgen. En onze koster waakt erover dat die gewaden met ere gedragen worden: in Sint-Elooi zul je nooit een priester met een scheefhangende kazuifel of stola aan het altaar zien. Op weekdagen weet ze altijd wel iets te vinden dat moet gepoetst, opgeruimd of gerangschikt worden.
Maar er is meer: tegenwoordig wordt van een koster ook veel secretariaatswerk verwacht: bijhouden van registers, telefoons ontvangen, verdelen van folders die moeten verspreid worden op de parochie, noteren van inschrijvingen voor activiteiten, enz. enz. Zuster Ann krijgt het allemaal voor elkaar. Ook toen de sacristie, haar werkterrein bij uitstek, geruime tijd buiten gebruik was wegens restauratiewerken, versaagde zij niet. Haar bureau werd in de doorgang naar de Mariakapel geplaatst en onder het waakzaam oog van alle vroegere pastoors van Sint-Elooi (hun foto's hangen daar immers), werkte zij onverdroten verder.
Tot slot mogen we nog een aspect van haar inzet niet onvermeld laten.
Het staat niet op de takenlijst van een koster, maar wie met zorgen in
het hart de kerk binnenstapt zal bij zuster Ann altijd een luisterend
oor, een bemoedigend woord en wat goede raad vinden.
Kortom, zuster Ann is officieel onze koster, maar in werkelijkheid is ze
eerder de engelbewaarder van onze parochie.
Zij maakt ten volle het apostolaat waar dat de Zusters van Liefde voor
ogen hebben:
"Behorend tot die kleine kerk van gelovigen, en midden van een wereld
die God niet meer kent, die God niet langer wil, te midden van mensen
die niet eens meer weten dat er een God, Schepper en Vader, is, willen
de religieuzen God aanwezig brengen en naar God blijven verwijzen."
Walter Deschodt aangesteld als gebedsleider voor onze parochie
Pinksteren:
het feest van vuur,
het feest van bezieling door Gods Geest,
het feest van zending.
Net als toen zijn wij hier samen in het cenakel.
Ook met ons gebeurt het wonder van toen.
De heilige Geest komt over onze gemeenschap
en over elk van ons.
Mogen wij net als toen
mensen van grote bezieling zijn
en overal getuigen van Jezus.
De Kerk heeft het nodig.
En jij bent Kerk,
dus zal jij het moeten doen!
Blijf niet haperen!
Deze inleidende tekst bij de eucharistieviering op Pinksteren 2010
kreeg meteen concreet inhoud door de aanstelling van Walter Deschodt als
gebedsleider voor onze Sint-Elooisparochie.
Walter voorstellen hoeft allicht niet meer. Hij is op onze parochie
alomtegenwoordig: hij is dirigent en bezieler van het Sint-Elooiskoor,
is sinds de oprichting van de Sint-Amandusfederatie in 2004 lid van de
federale stuurgroep, is verantwoordelijk voor de ontmoetingsmomenten na
de zondagsmis, organiseert de federale bedevaart naar Dadizele,
coördineert de Sint-Elooisvieringen, bezoekt namens het federaal team de
activiteiten van de senioren,… en we vergeten waarschijnlijk nog het een
en ander.
Nu neemt Walter nog een nieuwe taak op zich, namelijk deze van
gebedsleider. Deze functie werd gecreëerd met het oog op het dalend
aantal priesters. In de toekomst zullen minder priesters beschikbaar
zijn om de eucharistie op te dragen. Er zijn echter andere mogelijkheden
om als gelovige gemeenschap samen te komen: in een gebedsdienst, een
woorddienst, een kruisweg… Dergelijke gebedsdiensten mogen door leken
geleid worden. Na het volgen van een cursus kan een leek, op aanvraag
van de federale stuurgroep, door het bisdom aangesteld worden als
gebedsleider.
Walter volgde naast de cursus voor gebedsleiders ook een cursus voor het
begeleiden van uitvaardiensten. Hij kan op vraag van de moderator en
rekening houdend met de wensen van de nabestaanden een aantal taken rond
de uitvaartliturgie op zich nemen.
In de hoogmis van Pinksteren werd deze aanstelling tot gebedsleider met een korte plechtigheid bevestigd. Wij danken Walter voor zijn inzet. Mag zijn pastorale werk rijkelijk vrucht dragen.
Pr. Flor Claerhout: mijn roepingsverhaal
Naar aanleiding van zijn gouden priesterjubileum, dat in de
Sint-Elooiskerk werd gevierd op zondag 18 april 2010, schreef priester
Flor Claerhout het verhaal van zijn priesterroeping neer.
Pr. Flor Claerhout was medepastoor van onze Sint-Elooisparochie van 1988
tot 1997, daarna enkele jaren hulppriester en aalmoezenier van
verschillende rusthuizen. Hij is nu nog steeds aalmoezenier van rusthuis
Biezenheem in Bissegem. Hij woont nog steeds op onze parochie en zet
zich in door vele bezoeken bij zieken en bejaarden.
We laten pr. Flor aan het woord:
"Vooreerst zeg ik van ganser harte DANK aan de ZEER VELEN die meegeholpen hebben aan mijn (onze) jubileumviering van zondag 18 april. Het was een hartverwarmende ervaring met zovelen de Heer te mogen loven en danken voor 50 jaar priester-zijn in dienst van zeer velen! TE DEUM LAUDAMUS… U GOD LOVEN EN DANKEN WIJ!
Onlangs vroeg mij een kennis op de man af: Maar priester Flor, hoe en wanneer zijt gij "op het gedacht gekomen" om priester te worden? Ik heb hem ongeveer als volgt een antwoord gegeven. "Dat gedacht" komt eigenlijk eerst en vooral van hierboven. Een priesterroeping komt van God die "roept". En de geroepene kan erop antwoorden… of niet antwoorden. God roept niet in eigen persoon, maar via… via… via ménsen. Hij kan vroeg of laat roepen, op jonge leeftijd of op gevorderde leeftijd. Zo zijn er vroege en late roepingen, verwachte en onverwachte, gewone of buitengewone roepingen, denk maar aan die van Paulus!
Mijn roeping was tamelijk gewoon en toch ook ongewoon, tamelijk vroeg… en toch ook wat laat. Zij dateert van 61 jaar geleden. Eerst een beetje voorgeschiedenis… Ik ben als oudste zoon van een middenstandsgezin geboren in 1934. Na mij volgden nog een zus en drie broers. Mijn vader was zelfstandige loodgietersbaas en moeder leidde onze gekende "ijzerwinkel" JAVA op Overleie in Harelbeke. Als eerste en oudste zoon werd ik na mijn "plechtige communie" in 1946 naar het H.-Hartcollege in Waregem gestuurd. Ik werd er ingeschreven in de handelsafdeling 2e jaar. Vader Evarist en moeder Agnes moeten daarbij gedacht hebben dat ik een vijftal jaren later, na het zesde handelsjaar, thuis zou kunnen bijspringen in de zaak, om ze later dan ook voort te zetten. Vader zou dan ondertussen al in de vijftig zijn (hij was namelijk "laat" getrouwd) en hij zou mijn hulp goed kunnen gebruiken. Ik begon naarstig aan mijn "handelsstudies": rekenen, boekhouden, dactylo, steno enz… 2e handel, 3e handel, 4e handel. Toen er plots een onvoorziene en onverwachte wending kwam. U kunt al enigszins raden wat! De mens wikt maar God beschikt.
Tijdens de jaarlijkse schoolretraite preekte een pater Jezuïet met gloed en overtuiging onder meer over het priesterschap: Jezus roept ook hier en nu mensen zoals 2000 jaar geleden… "Kom en volg Mij. Ik zal van u vissers van mensen maken"… Plots dacht ik: "Dat is hier tot mij gezegd, dat is nu voor mij bedoeld!" Ik voelde mij geroepen om priester te worden. Ik was dan 15 jaar jong. Maar ik zat in de "verkeerde" studierichting… Ik ging er met mijn biechtvader over praten. Hij raadde mij aan er nog met niemand over te spreken, tenzij met mijn ouders. Thuis heb ik er eerst met moeder over gesproken. Zij was blij verrast en pinkte een traan weg. En zij heeft het doorverteld aan vader die er ook mee akkoord ging. Al moet hij gedacht hebben dat hij nu nog enkele jaren langer zou moeten wachten om een helper en opvolger te hebben. De volgende zoon was namelijk vijf jaar jonger dan ik! En vader was toen al de vijftig voorbij. Maar hij heeft dat offer gebracht… om mij priester te laten worden. Hij heeft er een stuk van zijn gezondheid en van zijn leven voor opgeofferd.
Zo moest ik na het 4e handelsjaar van richting veranderen: van het 4e handel naar het 4e Latijn. Een moeilijke overstap, maar met Gods hulp en de hulp van edelmoedige priester-leraars die mij speciale lessen Latijn en Grieks gaven, vond ik algauw mijn weg in de Grieks-Latijnse humaniora. Vier jaar later - in 1953 - eindigde ik de "Retorica" met succes. Samen met nog een drietal van mijn klas trok ik naar het seminarie in Brugge. Wij begonnen met 40 eerstejaars, waarvan 22 priester geworden zijn.
Ik dank hier van harte mijn ouders - vader en moeder zaliger - aan wie ik voor een belangrijk deel mijn roeping te danken heb. Dank ook aan al mijn priester-leraars en opvoeders die mij gevormd hebben op weg naar het priesterschap. Dank aan allen die mij gesteund hebben door hun gebed en gelovig voorbeeld. En bovenal DEO GRATIAS - GOD ZIJ DANK GEBRACHT. Een grote DANK-U-WEL ook aan allen die meegewerkt hebben om de jubileumviering van zondag 18 april zo prachtig uit te werken en zo vlot te laten verlopen. Wij hebben er allen deugd aan beleefd, de drie jubilarissen en de zeer velen die meegevierd hebben! DANK -DANK -DANK aan u allen, van Pr. FLOR, Pr. LIEVEN en Pr. ERIK."
Pr. Flor Claerhout
Cyriel Christiaens, 15 jaar voorzitter Seniorenwerking "De Eeuwige Lente"
Cyriel Christiaens is een zeer bekende figuur op de parochie van
Sint-Elooi. Zeer vele Overleienaars kennen Cyriel als een bezige bij.
Altijd klaar om te helpen en een handje toe te steken. Voor Cyriel is
het parochiecentrum een locatie waar hij zeer vele uren van zijn leven
heeft doorgebracht en op heden nog altijd verder actief is.
In dienst staan van zijn medemensen is voor hem zeker een levensdoel.
Hij kent een bepaald evangelievers zeer goed dat zegt:” Ik ben hier niet
gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.”
Cyriel werd 15 jaar geleden tot nieuwe voorzitter van de seniorenwerking
aangesteld. De toenmalige pastoor E.H. Lambrecht was getuige toen Cyriel
het voorzitterschap op zich nam.
De senioren komen iedere donderdagnamiddag samen in het parochie-
centrum van 13u30 tot 17u30 om een kaartje te leggen, maar zeker ook om
de samenhorigheid aan te voelen.
Na een tas koffie en een gezellige babbel worden de kaarten boven
gehaald.
Als fiere voorzitter staat Cyriel achter de tapkast om iedereen van een
gewenst natje te voorzien.
Voor Cyriel is het een grote eer om zolang voorzitter te mogen zijn. Hij
is ervan overtuigd dat mensen sociaal contact nodig hebben.
Communicatie doet mensen herleven, is een gezonde tijdsbesteding en
schept innerlijke vreugde onderling.
Hij zet zich 100% in om de werking van de senioren goed en vlot te laten
verlopen. Als eerste is hij in het parochiecentrum aanwezig om alles
klaar te zetten, maar hij is ook de laatste die de donderdag de deur
dicht doet.
Cyriel, we hopen en wensen dat u nog meerdere jaren mag voorzitter
blijven en de seniorenwerking verder genegen zijt.
W. Deschodt
Zuster Simonne: een diamanten kloosterjubileum en een In Memoriam
Zondag 28 juni 2009 was een zeer mooie dag in de Sint-Elooiskerk en heel
de parochie. We vierden met heel velen het diamanten kloosterjubileum
van zr. Simonne van de zustergemeenschap Zusters van Liefde in de
Rekollettenstraat. Het was op vraag van zr. Simonne een eenvoudige
viering maar misschien juist daardoor was ze zo sterk en innig.
Het koor en de trompetten zorgden voor een mooie muzikale ondersteuning.
Radio Maria zond de viering zelfs uit in heel Vlaanderen en Nederland.
Na de viering was er een zeer aangename receptie die de zusters ons
aanboden.
Helaas is zuster Simonne op 3 september 2009 overleden. Zij werd aan de Heer toevertrouwd in de uitvaartmis op 12 september in de Sint-Elooiskerk.
Als blijvende herinnering geven we hier een gesprek weer dat pr. Noël had met zr. Simonne ter voorbereiding van haar jubileum.
Zr. Simonne, kun je ons iets vertellen over je vroegste jaren?
Zr. Simonne: Ik werd geboren in 1926 in het goede Roeselare. Ik was de
jongste van twee. Mijn ouders waren ingoede mensen, ik ben ze er heel
dankbaar voor. In 1947 trad ik binnen bij de Zusters van Liefde uit
Heule. Ik begon mijn opleiding en twee jaar later, in 1949, werd ik al
geprofest voor het leven… Nadien mocht ik naar de Normaalschool in
Brugge gaan om er mijn diploma voor het onderwijs te halen.
Zr. Simonne, nadien volgde een gevuld leven. Kun je ons iets
vertellen?
Zr. Simonne: Toen ik afgestudeerd was, werd ik benoemd in de lagere
school van Kuurne. Ik heb er les gegeven van 1953 tot 1961. In 1961
mocht ik dan naar Kortrijk komen, in de Recollettenstraat, waar ik nog
altijd woon en heel gelukkig ben. Ik heb hier in Kortrijk eerst les
gegeven in onze lagere school. Ik heb dit gedaan tot in 1971. Op dat
moment begon er een nieuw apostolaat. We startten een centrum voor
kinderen met een mentale handicap.
Zr. Simonne, hoe is dat verder gegroeid?
Zr. Simonne: Het is een heel mooi gebeuren geworden dat nu de naam
‘Zonnebloem’ draagt. Ik weet nog goed dat we een naam zochten en toen we
met enkelen rondkeken in ons gebouw zagen we een mooie affiche met een
zonnebloem en een zon, met daaronder de tekst: ‘De zon zegt nooit: het
is genoeg. De zon zegt nooit: ik schijn niet meer…’ Daar ligt de
oorsprong van onze naam…
Zr. Simonne, kun je ons nog iets vertellen over je jaren van
pensioen?
Zr. Simonne: Wel, in 1992 heb ik de fakkel doorgegeven en begonnen
er wat rustiger jaren. Ik bleef hier in Kortrijk wonen en heb hier in
deze gemeenschap zoveel goeds mogen ervaren. Vanaf 2001 mocht ik de heel
goede zuster, zr. José, opvolgen als overste. Maar het belangrijkste in
onze gemeenschap is dat alle zusters zo goed voor elkaar zijn. We mogen
samen voor vele mensen een thuis zijn…
Zr. Simonne, kun je ons nog iets vertellen over je spiritualiteit?
Zr. Simonne: De H. Thérèse de Lisieux is voor mij een inspiratie.
Haar kleine weg van de liefde is zo mooi. Jezus en je mensen elke dag
liefhebben in zoveel kleine dingen… Ook de mensen die ik mocht ontmoeten
hebben me veel gegeven. Eén iets misschien: toen zr. José al heel ziek
was, zei ze me op een dag: ‘Geef het allemaal aan Jezus. Hij kan er
zoveel mee doen.’ Het is zo waar. Mocht ik mijn leven herdoen, ik zou
helemaal hetzelfde doen, maar nog meer proberen mijn best te doen. Het
is heel schoon geweest.
Zr. Simonne, heel veel dank voor dit interview maar vooral voor wie je bent en voor heel je gemeenschap die zoveel goeds betekent voor onze parochie. We wensen je alle goeds toe. Dank je wel!
Zuster Jenny viert haar gouden kloosterjubileum
Op zondag 7 september, in de hoogmis op Sint-Elooi, vierden we met
velen het vijftigjarig jubileum van de professie van zuster Jenny,
zuster van Liefde uit de Rekollettenstraat.
Het evangelie van die zondag kon niet passender zijn: “Waar er twee of
drie verenigd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden,” zegt Jezus
ons.
We waren inderdaad met velen samengekomen rond de Heer, mensen van Sint
Elooi, Overleie, medezusters, familie en vrienden, om Hem te danken voor
een wel heel bijzondere zuster.
Vijftig jaar geleden beloofde zuster Jenny ongehuwd te blijven voor de
Heer, te gehoorzamen aan haar oversten en zonder persoonlijk bezit te
leven.
Het was het begin van een leven van trouw aan Jezus en aan het gegeven
woord, dienstbaar voor medezusters en voor velen die op haar weg kwamen.
Onze zuster Jenny is een rasechte Kortrijkse, gesneden uit het goede
sterke Vlaamse hout, geboren op Vlaamse grond in de kelderkeuken van een
huis in de Beheerstraat.
Al van jongsaf was ze geïnspireerd door de figuur en het leven van
broeder Isidoor.
De overbrenging van zijn lichaam van het kerkhof naar de
Passionistenlaan in 1951 moet een onvergetelijke indruk op de jonge
Jenny gemaakt hebben.
Op zestienjarige leeftijd voelde ze zich al geroepen om naar het
klooster te gaan. Maar zoals jullie weten was dit toen nog een tijd,
waarin vaders nog iets te zeggen hadden.
Pas op eenentwintigjarige leeftijd, in september 1956, kreeg ze
toelating om in te treden bij de Zusters van Liefde te Heule en kon
zuster Jenny, nu zuster Isidora geworden, positief antwoorden op de stem
van God, die steeds luider was blijven roepen.
Wat volgde was een vruchtbaar leven van dienstbaarheid aan God, medemens
en medezusters: de laatste twintig jaar op Overleie in de
Rekollettenstraat.
Ook de parochie kan altijd op zuster Jenny rekenen, als lector in de
zondagavondliturgie en al van in de opstart, als zingend lid van ons
Sint-Elooiskoor.
Het was trouwens een praktisch voltallig Sint-Elooiskoor, dat in de
verzorgde eucharistie een speciale sfeer bracht met mooie liederen, zelf
gekozen door zuster Jenny en die door velen enthousiast werden
meegezongen.
De dirigent van het koor, Walter Deschodt, hield er trouwens aan om
zuster Jenny na de viering nog eens uitgebreid te danken voor zoveel
inzet en trouw.
Dat gebeurde symbolisch met drie geschenken: bloemen, puzzels en een
mand vol zoetigheden, drie dingen waar zuster Jenny dol op is.
Ook namens de priesters en de diakens werd zuster Jenny figuurlijk in de
bloemetjes gezet.
Gans de parochiegemeenschap is gelukkig met haar inzet, haar voorbeeld
van blijheid en optimisme, maar vooral met haar gebed. Want naast al
haar praktisch werk, blijft zuster Jenny vooral een biddende zuster, die
altijd meer voor anderen vraagt, dan voor zichzelf.
Met zijn allen hopen en bidden we dat deze altijd lachende en blije
zuster, echt iemand naar het hart van Jezus, nog lang in ons midden mag
blijven.
Kris Vergote-Tandt
Op interview bij mevrouw Thérèse Tanghe-Toye
Thérèse Toye, geboren te Kortrijk op 23 mei 1925 als oudste uit een gezin van negen, won als echte Overleienaar de gouden medaille Frans Dewitte. In het auditorium van het museum 1302 in het Begijnhofpark, reikte het gemeentelijk ACW Kortrijk deze prijs uit, genoemd naar priester-journalist Frans Dewitte die het weekblad De Volksmacht stichtte. Van voorzitter Eddy Vanlancker vernam Thérèse dat zij voor haar jarenlange inzet voor het sociaal welzijn van haar streekgenoten genomineerd werd. Echt gelukkig was ze niet dat haar die eer te beurt viel. Ze is niet zo voor al die belangstelling te vinden, maar doordat het ganse bestuur erachter stond, kon zij niet weigeren. Ze heeft de gouden plak aanvaard in naam van alle vrijwilligers van Overleie, want veel mensen komen voor die erkenning in aanmerking.
Van 1953 tot 1980 hield zij, dus na haar huwelijk in 1947 met Bertje
Tanghe die haar drie zonen schonk, een juwelierswinkel open op Overleie.
Een hele resem sociale engagementen vulden het leven van Thérèse
rijkelijk.
Veertien jaar was ze voorzitster van de KAV. Als oudste van negen had ze
van alles meegemaakt op de parochie. Haar sociaal meevoelen kwam er ook
gedeeltelijk doordat Thérèse een gehandicapte broer had waar ze een
innige band mee had en waar ze door het vuur zou voor gaan. Via de
Spatjes geraakte Thérèse in de ziekenpastoraal. Ook de boekhouding nam
ze sedert 1971 voor haar rekening, wat ze nog steeds doet. De eerste
ziekendag, waarop de Spatjes geschenkjes ronddelen, dateert van 1973.
Thérèse werd een van de vaste figuren sedert 1974. Aan de hand van de
lijsten van de Spatjes is de ziekenpastoraal ontstaan. Later ontstond
Ziekenzorg C.M. waar Thérèse tot op heden nog in het bestuur zit. Zij
heeft ook de lokale afdeling van Kind en Gezin gesticht en ze heeft
jaren gespeeld bij Taal en Kunst waar ze ook haar man leerde kennen. Nu
is ze souffleur bij de Spatjes wat ze heel erg graag doet. Daarnaast is
ze lid van de parochieraad en filateliste. Thérèse doet wekelijks
ziekenbezoeken in de buurt en kliniekbezoek op campus Sint-Maarten.
Daarnaast is ze een erg belezen vrouw, die zowel interesse heeft voor
talen, historische boeken als familiekronieken.
Op 17-jarige leeftijd, na haar middelbare studies (ze sloeg haar tweede middelbaar over) eerst op pensionaat te Heule, later in Bijstand te Kortrijk, wou Thérèse graag Germaanse talen studeren, maar dat mocht niet van moeder, die weduwe was geworden in 1940 toen vader verongelukte.
De gedrevenheid waarmee deze kranige dame tot me sprak, heeft me in
de diepste vezels van mijn zijn geraakt.
Haar intellectueel vermogen, haar rechtvaardigheid, haar ietwat rebels
voorkomen, haar sociaal gevoel, haar interesses voor toneel, opera,
operette, muziek, lectuur, reizen en fotografie hebben bij mij een groot
gevoel van respect teweeggebracht.
Toen ik op het eind van de namiddag vroeg of ze hetzelfde zou doen,
wanneer ze haar leven zou overdoen zei ze met vastberaden stem: Ja
zeker! Ik ben een gelukkige vrouw en ik hoop dat ik nog jaren ten
dienste kan zijn voor mijn medemens. God schept de dag en die neem ik
zoals die komt.
Ik mag dat in feite niet zeggen maar het kaartje dat ik deze morgen in
mijn brievenbus kreeg van een zieke vrouw, heeft me zo diep geraakt dat
ik heb zitten wenen als een klein kind, dat is meer dan die gouden
medaille.
“Een lieve groet om te bedanken voor de warmte die je geeft.
Je oprechte steun is waardevol.
Je hebt gevoel voor al wat leeft.
Je bent een héél bijzonder mens.
Vrolijk betrokken en attent.
Ik voel me rijk met de gedachte dat je er altijd voor me bent.
Dank voor zoveel fijne momenten die ik koester als een kostbaar
geschenk.
Hopelijk kan deze kaart illustreren hoe ik over onze vriendschap denk”.
Met deze woorden, gegrift op papier, maar zeker gebrand in mijn hart, nam ik dankbaar afscheid van een klassevrouw, een dame om U tegen te zeggen.
Kris Vergote-Tandt
Zuster Samuela en Zuster Hermilis, de laatste zusters van het Sint-Amandscollege
Bij de Zusters van het Geloof, sedert 1938 dienstbaar in het Sint-Amandscollege te Kortrijk, wordt met het inluiden van het nieuwe schooljaar een heel belangrijk hoofdstuk afgesloten. De laatste zusters verlaten eind augustus het college.
Vroeger waren ze met tien zusters die altijd ten dienste stonden van de kinderen. Tijdens de vakantie was er geen personeel en deden de zusters al het werk. Hun verlof was een doevakantie. Taalstages, muziekstages en zelfs sportstages waaronder basket stonden steevast in hun drukke agenda genoteerd.
Zuster Samuela, geboren te Wingene op 6 juni 1926, is de nestor van de twee zusters. Ze had drie nichten in het klooster, waar ze naar op keek. Op 23-jarige leeftijd trad ze binnen. Ze had geen studies gedaan, wel wat koken en naaien en de “menage doen” geleerd, want zij waren met elf kinderen thuis. Vanaf haar drieëntwintigste verbleef ze een drietal jaar bij de zusters van het geloof in de Ruiseleedsesteenweg te Tielt. Dan werkte ze vier jaar in het Sint-Amandscollege te Kortrijk, voornamelijk als “kok”. In 1958 leerde ze vijf verschillende huizen kennen, daarmee was ze niet gelukkig: " Wanneer ik iedereen begon te kennen, moest ik weer ergens anders naar toe." In 1963 kwam ze voorgoed naar Kortrijk, waar ze zich altijd gejeund heeft. De mooiste tijd die ze mocht doorbrengen was wel in Tielt. "Er waren daar veel zusters en daar heb ik veel leute gehad! Echt met pijn in het hart, ga ik niet weg," zegt ze. "Ik blijf in Kortrijk, in Sint-Vincentius, huis Groeninge, ’t is wel géén rustoord hé," voegt ze er met haar twinkelende oogjes aan toe. "Daar verblijven momenteel een 16-tal zusters die wat meer zorgen nodig hebben. Ik ben blij dat ik in de stad Kortrijk kan blijven, ik ken de stad. Verder zal ik nog wat profiteren van de dagen die God me schenkt en de toekomst nemen zoals die komt."
Zuster Hermilis is ook van Wingene afkomstig. Ze zag het levenslicht op 1 september 1932. Ze waren met twaalf kinderen thuis. Op zevenjarige leeftijd verhuisde het gezin naar Houthulst. In Sint-Jozef te Tielt was ze op pensionaat en keek ze vol bewondering op naar de leefwijze van de zusters. Op 21-jarige leeftijd trad ze binnen bij de Zusters van het Geloof. Zij is altijd heel gelukkig geweest in haar roeping. Graag wilde ze naar de missies, maar eens binnen in het klooster, werd er geen rekening gehouden met je eigen wil, zegt ze kordaat. We waren met 45 in het noviciaat en de oudere zusters en zij die gestudeerd hadden, stuurden ze weg naar vreemde oorden. Ik was maar tot zestien jaar naar school geweest, ik was "van den boer” en kunnen koken en naaien was voldoende. In 1956-57 werd zuster Hermilis geprofest in Oostende. In 1958, na haar eeuwige professie, werd ze naar Kortrijk overgeplaatst. Haar taak in het college bestond hoofdzakelijk uit huishoudelijk werk. Wanneer ik haar vraag wat haar mooiste jaren waren, schiet haar gemoed vol en zegt ze met tranen in haar ogen: “De tijd dat ik bij de kinderen stond”. Haar werd gevraagd om nu te verhuizen naar Tielt. Het is ook voor haar een vrije keuze om Sint-Amandscollege te verlaten. "Alles is zo veranderd," zegt ze. "Sedert twee jaar doen we geen ziekendienst meer, de opvoeders doen dit nu. Alles verandert, zo ook de directie. Op 28 augustus ben ik hier 50 jaar ten dienste geweest, dag in dag uit, géén vakantie, en toch deed ik het heel graag, niets was me te veel. Zo iets wis je niet in één, twee drie uit. In feite voel ik met wat onzeker en bang voor wat de toekomst me brengen zal. Hier in Kortrijk wonen we heel ruim en we zijn maar met twee. In Tielt zal er terug rekening moeten gehouden worden met 16 bejaarde zusters. Mijn taak zal er voortaan uit bestaan of zij er goed en netjes uitzien. Men vindt me nog te jong en te goed," zegt ze al lachend, "om nu al op rust te gaan."
Hopelijk gaat hun afscheid van het Sint-Amandscollege niet zomaar voorbij. Vijftig jaar in dienst staan voor je medemens vraagt tenminste toch een grote dankjewel voor de jarenlange tomeloze inzet.
Met een dankjewel van mijnentwege voor hun openhartig gesprek, sluit ik de deur van het Sint-Amandscollege voorgoed achter me.
Kris Vergote-Tandt
