Mijn zoon Damiaan
Onze federale vastenbezinning
Onze
federale Vastenbezinning is stilaan een verworvenheid geworden binnen onze
Sint-Amandusfederatie. En toch wilde de federale stuurgroep er nog een
originelere tint aan geven. Zoeken naar creatieve christenheid. Geworteld in het
leven van elke mens. De heiligverklaring van onze pater Damiaan bood daartoe een
enige gelegenheid. Een artikel in het katholieke opinieblad Tertio maakte van de
inspiratievonk een steekvlam. We lazen dat Tine Ruysschaert, een van Vlaanderen
sterkste declamatrices, een theatermonoloog bracht over Jef (Damiaan) De Veuster
op tekst van de auteur Stefan Broeckx. Wat zij echt wilde lazen wij, en dat was
het wat wij eveneens beoogden: een mens die heilig wordt verklaard blijft een
mens met alles wat hem kenmerkt. Beter kunnen wij het niet omschrijven dan wat
Stefaan Broekx daarover zei:
“Lang voor de heisa over de heiligverklaring van Damiaan losbarstte, kwam Tine bij mij aankloppen. Ze wou een theatermonoloog over Damiaan De Veuster. Ze bewonderde de man, had alles over hem gelezen. Maar hoe kon ze zijn verhaal brengen, als vrouw? Zijn kleren aantrekken en zijn hoed opzetten ware potsierlijk geweest. Tine wou niet het personage van Damiaan spelen. Ze wou over hem vertellen, op haar manier. Met bewondering ja, maar zonder devote naïviteit. Ze wou vertellen als had ze Jozef De Veuster van nabij gekend, inclusief de kleine kantjes. Zo ontstond het idee om Tine te laten vertellen vanuit het standpunt van Cato, zijn moeder. Want wie voelt meer liefde voor een kind dan zijn eigen moeder? Bij wie meer angst over zijn lot? Bij wie meer trots over zijn heroïsche dagen? En bij wie meer besef dat elke mens, ook een heilige, ook zijn kleine kantjes heeft? Tine brengt het verhaal van een moeder die vertelt over ‘Mijn zoon Damiaan’. Ingetogen. Doorleefd. Een moeder aan het woord.” Stefan Broeckx.
De verwachtingen werden volledig ingelost die woensdagavond 10 maart. 170
Aanwezigen in de Sint-Pius X-kerk. Tussen haakjes even: “een enig kader om die
theatermonoloog tot zijn recht te laten komen”. Tine Ruysschaert alleen op het
hoogaltaar in het licht van vier schijnwerpers met als achtergrond het prachtige
kruisbeeld en het blankwitte Mariabeeld.
Een oasis van woorden. Wij worden als publiek nog al te veel overdonderd, met
lawaai, effecten en show. Tine doet daar niet aan mee. Haar woorden hebben
zoveel kracht dat theatrale effecten overbodig zijn. Tine was Cato, de moeder
van Damiaan. In alle soberheid, in alle moederschap. Zij groef naar de diepte in
haar zoon, zonder pathos maar echt, zoals alleen moeders dat kunnen. En zij
bereikte meteen het hart van haar toehoorders. Het thema dat voortdurend
terugkeerde als een slingerende liaan was: “Onze Jef… hij was alleen maar
liefde.” En dan, de droefheid en eenzaamheid bij het heengaan van haar zoon naar
Molokaï. Een definitief heengaan. Een onomkeerbaar afscheid: “Voor hem begon het
leven, voor mij begon een leven zonder hem”. Of die zin, die de heiligverklaring
van Damiaan verrechtvaardigend samenbalt: “Om eerlijk te zijn bedenk ik nu: was
het dat wat onze Jef zo uitzonderlijk maakte: mensen die niemand nog aanraken
wou, nam hij in zijn armen”. Of die eerste woorden, die Damiaan uitsprak na het
openbaren van de melaatsheid bij hem, tot zijn parochianen: “Wij, melaatsen”.
Twee woorden, een wereld van christelijke solidariteit. En de doordringendheid
van de passussen die Tine las uit de brieven van Damiaan aan zijn moeder…
Zoveel hebben wij gehoord. Zoveel meegenomen naar huis. Die énige avond die
Tine Ruysschaert onze federatie schonk, werd besloten met het gebed van
Kardinaal Danneels tot Damiaan en de zegen van priester Geert.
Wij durven het zeggen: Mijn zoon Damiaan was een Vastenhoogtepunt. Eigentijds,
maar diepgaand. Christenheid met een hoofdletter.
Bedankt dat wij dat mochten meemaken.