Samen naar Dadizele
Een gezamenlijk initiatief
De bedevaart naar Dadizele op 1 mei was een traditie, grotendeels
georganiseerd en ontsproten uit de Sint-Elooiparochie. De laatste jaren werd het
een initiatief van de federatie, onder impuls van all-doener Walter Deschodt en…
het initiatief heeft wind in de zeilen. Vandaar dat wij in dit nummer de
klassieke indeling Sint-Elooi, Sint-Pius X, Jongerenbeweging even doorbreken, om
in een doorlopende tekst- en fotoreportage over de parochies heen, een verslag
te geven van een uiterst geslaagd initiatief. Het was een stimulans in moeilijke
dagen. Wij voelen ons immers allen diep geraakt door de gebeurtenissen in onze
kerk en meer speciaal in ons bisdom. Elke dag worden wij er pijnlijk mee
geconfronteerd en dat zal nog wel enige tijd duren. Vandaar de zalvende kracht
van dit bezoek aan Maria in Dadizele. Met zo velen per bus, met de fiets en te
voet. Een tocht waarin wij op zoek gingen naar vernieuwd vertrouwen. Deze
bedevaart betekent wellicht het binnentreden in een nieuw tijdperk: een kerk
zonder triomfalisme. Daarvoor hebben wij geboden in OOTMOED, dat wat verwelkte
woord in ons taalgebruik, dat op vandaag toch nog zo sprekend veel kan
betekenen.
Een verslag van deze bedetocht naar een nieuw begin.
Een werkgroep
Op 8 april kwam de nieuw opgerichte werkgroep “Dadizele-bedevaart” bijeen.
Het was en is de bedoeling van deze werkgroep te werken aan een groeiende
gestructureerde Maria-devotie met als middenpunt de jaarlijkse bedevaart op l
mei naar Dadizele voor onze federatie. Maken daar deel van uit: het echtpaar
Walter Deschodt-Christina Devos, het echtpaar Dirk Deceuninck-Ann Toye, het
echtpaar Jacques Vandenbulcke-Betty Vandendriessche, het echtpaar Hugo
Verhenne-Marie-Rose Heyse en zuster Christiane van de Zusters Augustinessen van
het O.L.Vrouw-Hospitaal.
Die avond, in Trefpunt, werd alles netjes op een rijtje geplaatst. Organisatie
van de bedevaart, liturgische momenten en gebedstonden, de gezamenlijke
maaltijd, de te voeren promotie voor de bedevaart en een blik op de toekomst.
Voorzitter Walter Deschodt leidde alles in goede banen. De bedevaart kon en
moest lukken. En inderdaad…
1 Mei
Ongeveer 70 bedevaarders boden zich aan. Een volle bus, enkele stappers en
fietsers en bedevaarders met eigen wagen. Een ietwat snijdende noord-oosten wind
maakte de start nogal frisjes. De fietsers vertrokken rond 7 uur, de stappers
waren al bij het eerste hanengekraai de weg op.
Wij volgden even de busbedevaarders. Om 6u45 aan de Sint-Pius X-kerk. Om 6u55
aan de Sint-Elooikerk en om 7 uur aan Sint-Michiel. Even een bloempje werpen:
iedereen was STIPT aanwezig. Zo hebben wij het allen graag.
Voor de busbedevaarders was er een gebedsbrochure voorzien voor de devote
momenten tijdens de heenreis. Ann Toye en zuster Christiane verzorgden die
momenten. We pikten er even het slotgebed uit:
“Wees gegroet Maria, vol van genade.
De Heer is met U.
Gezegend zijt gij boven alle vrouwen,
En gezegend is de vrucht van uw heilig lichaam, Jezus.
Heilige Maria, moeder Gods, bid voor ons, arme zondaars,
Nu en in het uur van onze dood.”
Dadizele
Om 7u30 aankomst aan de basiliek. Een basiliek in de steigers. In volle
renovatie. Symbool van onze Kerk? Hopelijk. Hernieuwing van de Maria-devotie in
gekwetste tijden? Hopelijk? Precies dit hopen op, was een van de kernpunten van
ons zoeken naar stimulering van de bedevaarttraditie. Al biedt Dadizele op
vandaag niet meer dat exuberante-devote van vroegere tijden, het blijft een
aantrekkingspool van geloof en gebed. Verrassend ook wel de aanwezigheid van
jongere mensen. Bedevaarten moeten niet noodzakelijk een oubollige vervlogen
karakter hebben. Denk maar aan nieuwe vormen van jongerenbedevaarten als Taizé.
Het moet een voortdurende dynamiek van de Kerk worden: “alles voortdurend nieuw
te maken”. Kerkportalen, kapeldeuren, religieuze bedienaars, gelovigen, moeten
hun harten wijd kunnen openslaan. De vernieuwde kerk moet er een kunnen worden
van nederige, open, democratische structuren. Het al te veel denken in termen
van macht, aantallen en bestoft juridisme (regeltjes en wetjes) moet kunnen
plaats maken voor open huizen en open harten. Ook de Prediker zei het reeds in
hoofdstuk 4:
“Er is een tijd om te zoeken
Een tijd om te bewaren
En een tijd om weg te gooien.
Er is een tijd om te scheuren
En een tijd om te herstellen”
Aan dit herstel wilden wij werken die morgen 1 mei om 8 uur in de
O.L.Vrouw-basiliek te Dadizele.
De Heilige Eucharistie
Een volle kerk. Een gedragen, ingetogen viering. Voorgegaan door priester Noël Bonte. Stijlvol muzikaal opgeluisterd door het Sint-Elooikoor, versterkt door enkele parochianen van Sint-Pius X. Een heilige mis van onze federatie in het hartje van de Westvlaamse eredienst voor Maria.
Priester Noël stelde zijn homilie in het teken van de EERLIJKHEID. Ons christendom, onze kerk moet een biotoop worden waar mensen eerlijk tegenover elkaar staan, waar mensen eerlijk opkijken naar hun Schepper, waar mensen in volle eerlijkheid pogen de stem en de stap van hun voorganger Jezus Christus te volgen. Te lang hebben wij ons misschien blind gestaard op de vorm en niet op de inhoud. Structuren zijn en blijven noodzakelijk. Ze zijn ‘des mensen’. Maar precies daarom mag de structuur niet allesoverheersend worden. Zij mag alleen middel zijn om de inhoudelijkheid te versterken, om logistieke steun te geven aan de kern van dit geloof. Een Kerkstructuur kan dan ook geen machtstructuur worden. Geen middel op zichzelf. Alleen een eerlijke weg te zijn in de tocht die leidt naar Christus toe. Terug durven afdalen naar de kern van zichzelf en zijn geloof, dit is het onvermijdelijk werkpunt van de christen uit de 21e eeuw. Veel is verloren gegaan, veel kan aldus worden terug gevonden.
Opmerkelijk was het ook hoe de volksdevotie nog altijd kracht uitstraalt. Het aanmaken van intentiekaarsen, de zegening met de relikwieën, onze prachtige Marialiederen. Het blijft beklijven. En ik weet het wel… Je kan er smalend of minachtend rond doen. Je kan het voorbijgestreefd noemen of als volksverlakkerij voorstellen. Maar hét blijft, precies, omdat rituelen de uitdrukking kunnen zijn van wat diep in ons leeft. Elkeen moet rond dezelfde boodschap zijn eigen manier van beleving kunnen uitdrukken. En elkeen moet een respectvolle houding en begrip kunnen opbrengen voor de religieuze expressie van de andere. Dat is religie in zijn meest fundamentele eerlijke vorm. En dat vind je ook in Dadizele… een korf vol manieren van gelovig zijn. Of zoals Prediker zijn achtste hoofdstuk aankondigt: “Wie heeft wijsheid? Wie kent de verklaring van de dingen?” Wij christenen moeten ze aan elkaar mededelen en leren met woorden van Jezus Christus. Zij moeten de diepste diepte van ons aller denken en handelen openbaren.”
Bidden in het Rosarium
Priester Geert ging zijn gelovigen voor in het Rosarium. Op de bus hadden de
bedevaarders de gelegenheid gekregen hun persoonlijke intenties neer te
schrijven. Aan elke mysterie-gebedshalte werden een aantal intenties
voorgebracht en werd er een Onze Vader en een Weesgegroet gebeden. Gebed op een
eerdere frisse meimorgen, midden bloemen en bomen, gezangen van vogels
meegedragen door het gefluister van de wind.
Het doet iets. Woorden die wij
reeds duizenden malen hebben afgerammeld, gestameld, plechtig beleden,
verstrooid of verdiept hebben uitgesproken, krijgen een andere dimensie. Woorden
worden terug aanwezig. Dringen zich op aan hart en verstand. Ontroeren en doen
nadenken. Vooral als je voelt dat je met medegelovigen ditzelfde stille avontuur
meemaakt. Bidden is van alle tijden. Bidden is de mens tegelijk op zijn kleinst
en zijn grootst. Gebed is een roep van hoop. Gebed is een homilie tot onszelf.
Gebed is denken met het hart. Gebed is de ziel die op haar knieën ligt. Mooie
beelden misschien. Is het echter niet veeleer gewoon een reikpoging naar de
Heer, vanuit onze beperkte menselijkheid?
Genoeg gefilosofeer. Na het Rosarium wenkte de koffietafel.
De koffietafel
Altijd aangenaam. Altijd versterkend. Met onze parochies aan tafel. Een
uitgebreid morgenmaal na een “nuchtere” ochtend. Het is ondertussen al 9u45 en
de bedevaarders zijn een beetje uitgebedevaart, of liever uitgehongerd. Met 57
waren wij nog aan tafel. Napraten over wat was geweest, uitpraten over vreugden
maar ook zorgen die ons de laatste dagen zo hadden getekend. Ventileren noemt
een nieuw woord uit de therapie dit. Mekaars bekommernissen en zorgen uitspreken
en helpen dragen. Het dagelijkse leven terug laten binnenstromen. Over koetjes
en kalfjes praten. Nieuwe mensen leren kennen, “vroegere” mensen opnieuw
ontdekken. Maaltijd nemen is dat ook in onze kerken niet datgene waar rond wij
samenkomen, met de Heer in ons midden?
Het was een gezellig gekakel. Met een brooddeling en een broodvermenigvuldiging.
45 waren er voorzien. Met 57 waren zij aan tafel. En toch was er genoeg. Een
Dadizeels wonder? Nee, gewoon een vorm van solidariteit. Fijn om er bij te zijn
en te kunnen delen. Dat was uiteindelijk het motto van deze bedevaart.
Om 11 eerste stophalte aan Pius X. Daarna Sint-Elooi en Sint-Michiel. Een
traject doorheen onze federatie. Parochies die mekaar vinden en meer en meer
naar elkaar toegroeien. Een teken van een nieuwe dageraad, waarin structuren er
zijn voor de mensen, vooral voor de meest zwakken. Niet voor de machtigen.
Tot volgend jaar in Dadizele.